vx800.coolcastle.com Forumindex vx800.coolcastle.com
Nederlands/Belgische VX800 Club
 
 CalendarCalendar   FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   GebruikersgroepenGebruikersgroepen   RegistrerenRegistreren 
 ProfielProfiel   Log in om je privéberichten te bekijkenLog in om je privéberichten te bekijken   InloggenInloggen 
Coppermine 

Calendar
CalendarCalendar
Ma Jan 15 2018
Di Jan 16 2018
Wo Jan 17 2018
Do Jan 18 2018
Vr Jan 19 2018
Za Jan 20 2018
Zo Jan 21 2018
Het is nu Di Jan 16, 2018 18:43
Tijden zijn in UTC + 1
 Forumindex » Vakantie, recreatie & toeren » Reisverslagen
Wim en Jack naar de Dolomieten Wim en Jack naar de Dolomieten" size="small">
Moderators: Moderators
Nieuw onderwerp plaatsen   Reageren Pagina 1 van 1 [1 Post] Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp
Auteur Bericht
bear51
donateur
donateur


Geregistreerd op: 01 Jun 2006
Berichten: 422
Woonplaats: Apeldoorn

BerichtGeplaatst: Za Jul 13, 2013 19:45    Onderwerp:   Wim en Jack naar de Dolomieten Reageren met citaat

Dolomieten 2013

De voorbereiding.

Elke toertocht of vakantie begint met voorbereiding. Of eigenlijk eerst de plaatsbepaling.
Voor Wim en mij was het gauw beslist; de Dolomieten zou het moeten worden.
Uiteraard eerst maar eens gekeken waar die nu precies liggen en wat een leuk centraal punt zou zijn om vanuit te rijden of dat we van hotel naar hotel zouden trekken. Kamperen leek ons in dit geval niet een goeie optie vanwege de altijd aanwezige regenkans.
Na dat we dus eens hadden gekeken hoe al die passen daar het beste zouden zijn te benaderen en hier weer de onvolprezen Motorplus uitgave van de beste passen, op was nageslagen kwam Wim met de suggestie van Coldonazzo. Een leuk klein plaatsje onder het gelijknamige meer, welk ook nog eens het warmste meer van Italië schijnt te zijn.
Via Booking.com een Hotel gevonden. Hotel Gilda. Geen uitgesproken motorhotel, maar niet al te duur in het altijd iets duurdere Italië. Alleen met ontbijt want we verwachten voor minder geld wel aan ons maal te kunnen komen.
Zouden we eerst op zondag 23 juni vertrekken en op maandag 1 juli weer terugkomen, later werd dat na een suggestie van Tineke dat we terug gingen komen op woensdag 3 juli en dan in Lüdenscheid, waar we dan weer zouden worden opgewacht door Janny en Tineke voor nog een paar daagjes samen.

Voor de heenreis werd een hotel in Gfäll op 715 km afstand van Apeldoorn gevonden, ergens vlak onder Memmingen. Maar eens kijken hoe we die afstand het beste kunnen overbruggen. Eerst zoveel mogelijk snelweg en het laatste stukje dan binnendoor.
De volgende dag is het dan nog 338 km die we alleen binnendoor zullen afleggen naar Hotel Gilda.

Op zaterdag lekker rustig de tassen in pakken. Wegen; iets eruit, iets er bij in; wegen. Ook voor de zekerheid de bagagetassen nog maar beplakt met metaaltape om het eventuele doorbranden door de hitte van de uitlaat te voorkomen. Ook voor de zekerheid de regenhoezen maar beplakt.
Tot er enige onzekerheid ontstaat over een doorzettend pijntje in mijn mond. Had ik al eerder wat last van gehad, maar vanwege de altijd aanwezige parodontitis niet al te veel aandacht aan besteedt. Maar gedurende de morgen begint de pijn toe te nemen en besluit ik toch maar eens te kijken of er een tandarts naar kan kijken. Gelukkig is er 's middags om 5 uur nog een spreekuur en lig ik vervolgens op nog geen veertien uur voor ons vertrek in de tandartsstoel. Foto gemaakt en gelukkig is het geen zenuwontsteking, maar simpel een de kop op stekende parodontitis. Na enig schoonmaakwerk rondom de geplaatste kies ga ik naar huis met een recept voor spoelspul en een leuke rekening en de verzekering dat het met een paar dagen wel over zou horen te zijn. Op dat moment al voelde ik de verlichting door de schoonmaakactie en dus had ik daar het volste vertrouwen in. En gelukkig bleek dit ook zo te zijn. Weliswaar dagenlang geen smaak vanwege het spoelspul, maar dat had ik er graag voor over.

De eerste dag. Apeldoorn - Gfäll 725 km.

En zo gaat om 06:00 uur de wekker. Hoe ziet het weer eruit? Oei! Beetje vochtig? Niet genoeg voor regenpak! Hopen op beter. De verwachting is dat het wel mee zal vallen dus daar hopen we dan maar op.
Rustig wassen, aankleden, eten en de broodvoorraad en drinken in het koeltasje.
Motor uit de schuur, GPS monteren, tassen op hun plaats op de buddy en wachten op Wim.
Tegen zevenen hoor ik Wim al aankomen en tref ik de rest van de voorbereidingen. Och, wat leuk! Janny is ook meegekomen met de auto en komt ons nog even uitzwaaien.
Helm op, gele zonnebril gekozen voor de optimistische kijk; checken of er contact is met Wim en de GPS. Nog even zwaaien en weg zijn we.
Via de A50 rijden we bij Arnhem de A12 op richting Oberhausen en na de Duitse grens gaat het tempo iets omhoog; afgesproken dat we 130 km/u zouden rijden op de Autobahn. En zo kachelen we rustig door het ontwakende Duitse landschap.
Onze eerste tankstop ligt op zo’n 240 km. Bij de Raststätte Fernhall nabij Neschen. We nemen we een bakje koffie uit de mee gebrachte thermosflessen en eten onze eerste broodje. Het begint te regenen. Nou ja; regenen? Van die miezer! En daar kunnen onze pakken wel tegen. Nadat we weer zijn opgestapt begint het dan toch harder te regenen en liggen er donkere wolken aan de einder. Maar wonder boven wonder worden we niet eens zo nat.
Veel ergerlijker zijn de wegwerkzaamheden. Ik had ze nog zo goed nagekeken op de Duitse “Van A naar Beter” site. Nee; op de A3 waren geen werkzaamheden aangekondigd. Nou, dank je de koekoek! Om de zoveel kilometer had een of andere wegarchitect bedacht dat er wel een stukje asfalt van zo’n kilometer of 10 verbeterd moest worden en werd de snelheid teruggebracht naar 80 km/u. Maar wat zeur ik nou! Het is toch ook voor onze veiligheid!
Op de A8 beginnen onze magen en onze tanks leeg te raken en is het weer tijd voor een stop. Vlak na Pforzheim vinden we een tankstation. Eerst moeten we van de Autobahn af, vervolgens moeten we er onderdoor en komen dan in een chaos terecht van tegenliggers. Eenmaal aangesloten in de rij van tankenden duurt het in onze rij toch wel erg lang. Een of andere Duitse “Dame” had het noodzakelijk gevonden eerst nog even allerlei inkopen te doen. “Da kann ich auch nicht vor!” Grrrrrr! Intussen is er doodgemoedereerd een camper tegen de richting in bij een lege pomp begonnen zijn tank te vullen! Ja gelijk heeft ie! Maar gelukkig kan ik daar weer van profiteren. Als motorrijder ben je toch iets wendbaarder en kan ik zijn opengevallen plaatsje bij de pomp bemachtigen. Wim had iets meer geluk en heeft zijn eerste broodje al zowat op voordat ik arriveerde. Goed. In een schraal zonnetje eten we onze bammetjes en drinken we onze koffie en legen onze blazen om vervolgens de hele ommelandse reis weer naar de andere kant van de A8 te maken. Goed opletten dat je niet de verkeerde afslag neemt want dan ga je weer terug!
Nog zo’n 220 kilometer!
Na Ulm gaan we de A7 op om bij Memmingen op de A96 eindelijk de Autobahn te verlaten.
Hier besluiten we om direct de tank maar weer vol te gooien en kom ik aan de praat met een vrachtwagenchauffeur die mijn motor zo mooi vindt. Hij vergelijkt hem met een eerdere uitgave van de Varadero, de Africatwin! Nou ja. Ik geef hem maar gelijk! Ben ik tenminste van dat geklep af.
Binnendoor in Duitsland betekend nog altijd dat je er lekker 100 km/u mag rijden en zo komt het dan ook dat ik in Attenhausen of all places verkeerd rijdt. Van de twee wegen die er door dit dorp lopen neem ik precies de verkeerde!
Na een aantal kilometers over deze S-wegen ga je je afvragen wat iemand bezielt om hier ergens een hotel neer te zetten. Wat voor klandizie denk je hier te krijgen? Maar uiteindelijk word mijn vraag gelogenstraft in Gfäll in de Gfällmühle. Er staan best veel auto’s en binnen is ook best wat klandizie. Leuk gezellig hotelletje tegenover de stallen van een boerderij met loeiende koeien, een keurig restaurant en Mädel in leuke bijpassende jurkjes. Ook de kamer is prima en kijkt uit over het natuurzwembad, waar nu weinig vertier is, want inmiddels is het beginnen te regenen. Om een uur of acht wordt het droog en dat is gelukkig ook zo gebleven.
Na een lekkere maaltijd; ik dacht iets van Schnitzel of zo, een beetje op de kamer de volgende route besproken. Tijdens de verkenning van het hotel stuitte ik op het “Dries” fenomeen. Ook hier had het kamermeisje een verzameling aangelegd van allerlei achtergelaten douche en bad middelen, zoals ook onze zwager Dries pleegt aan te leggen van in de wasruimte van Camping Meerwijk achtergebleven douchespullen.
In onze kamer kom ik tot de ontdekking dat de prachtige Givitassen en de regenhoezen die ik er onderweg al eerder van af had gehaald, de hitte van de uitlaat niet hadden kunnen verdragen. De tassen waren beide aangetast door de hitte en we zouden de volgende dag een andere manier moeten vinden om ze hoger op te binden.

Dag 2 Gfäll – Coldonazzo 343 km

Eerst maar eens lekker ontbijten. En als je dan denkt alleen in de eetzaal te zitten vergis je dus toch. De eigenaresse zit al samen met haar twee kinderen te eten en ook zitten er al twee gasten aan tafel. Later komt daar nog een monteur of zo bij die blijkbaar vaste klant was.
Na het ontbijt de tassen maar eens goed vastgesnoerd en nu zou het dus goed moeten gaan.
We rijden droog weg, maar in de aanloop naar de Alpen gaat het over in miezer. We worden niet echt nat, maar het is wel koud. Zelfs Wim klaagt over koude handen in zijn zomerhandschoenen. Op de Fernpass zitten we noodgedwongen achter wat langzaam verkeer , maar hard gaan is toch geen optie vanwege het slechte weer! Op de L236 ontdekken we een restaurant; Locherboden! Lekker even bijkomen met een goede kop koffie met glaasje water en met ApfelStrüdel. De beste die ik ooit heb gehad. Lauw-warme laagjes dungesneden appel, gemengd met rozijnen en aangemaakt met een mix van suiker en kaneel en verpakt in een perfect korstlaagje gegarneerd met poedersuiker. Om je koude vingers bij op te eten!
En dan grote schrik! Ik mis een oordop! Gauw naar buiten, want in de helm had ik hem nog! Nu stuiteren die dingen als een stuiterbal en moest ik even zoeken, maar gelukkig vond ik hem terug! Oef. Je zult de hele vakantie zonder moeten! Kun je bij thuiskomst gelijk naar Beter Horen voor een gehoorapparaat.
Buiten is het inmiddels echt gaan regenen en ik besluit om de regenbroek maar aan te trekken. De regenjas laat ik nog even uit!
Op naar de Timmelsjoch. Hoe hoger we komen hoe kouder het wordt en we verwachtten ieder moment sneeuw! Grapje zeker! Maar nee hoor! Op 1600m rijden we door de sneeuwvlokken en eenmaal bij de tolpoort gekomen sneeuwt het echt. Natuurlijk goed voor een paar foto’s. Wil je naar Italië zul je toch door de tolpoortjes moeten. €12,00 pp. En een lol in de sneeuw! Als we daarna op het hoogste punt arriveren rijden we in een echte sneeuwstorm en moet Wim toch nog een paar plaatjes schieten. We houden de helm maar op! Zo koud is het! Even later rijden we een tunnel in waar zelfs gewaarschuwd wordt voor sneeuw op de weg en daar rijdt je dan; voetjes aan de grond, heel voorzichtig door de natte drek en de pekel. En ik had nog wel zo met mijzelf afgesproken niet te gaan rijden als er zou zijn gestrooid! In de winter dan! Nu is het hoogzomer en zouden de mussen dood van het dak moeten vallen van de hitte. Nee; hier vallen ze spontaan uit de lucht van de kou!
Wat een wereld! Opwarming van de aarde! Nou! Volgens mij is de ijstijd inmiddels aangebroken.
Gelukkig begint het bij elke meter die we zakken iets warmer te worden en houdt de regen ook op.
Eenmaal op het vlakke aangekomen proberen we benzine te scoren. Een wel heel veel vreemd ogende betaalautomaat doet ons echter besluiten nog even door te rijden en komen we al snel in het stedelijke gebied tussen Merano en Bolzano en volgen we de SS38 naar Trento. We schrikken ons een hoedje als we de prijzen zien bij het tankstation. €1,84 per liter. Au! Mijn portemonnee ! Maar goed. Wie vakantie heeft moet niet zo op de centjes letten! We snappen nu ook eindelijk het betaal apparaat. Het accepteert geen normale betaalkaarten en slikt alleen briefjes. Het is dan ook zaak altijd voldoende briefjes in de knip te hebben om je tank te vullen en een beetje te gokken wat er nog in de tank kan. Nergens in de Dolomieten hebben we met een normale pinpas of creditkaart kunnen betalen! Achtergebleven gebied hoor!
Zo rond 15:30 uur arriveren we bij Albergo Gilda waar we worden ontvangen door oma en 4 Hayabusa’s en een B-king. Maar hierover later meer!
Onze kamer blijkt dik in orde. Balkon met uitzicht over de bergen en elke avond kunnen we onze motorkleding hier lekker uithangen te luchten.
Er blijkt zelf een ondergrondse motorgarage te zijn, maar met die Busa’s er in zijn we bang opgesloten te raken tussen dat geweld en vinden we een fijn plekje voor onze motoren onder de coniferen!
Lekker douchen, beetje luieren en dan zo tegen zevenen aan de maaltijd.
En wat eet je in Italië? Pizza. Wim zou dat de hele week volhouden, maar ik had met de vrouw afgesproken ook eens iets anders te kiezen; een keer spaghetti! De pizza’s waren ook zo verdomd lekker! Lekker bakje koffie na, want van een toetje krijg je alleen maar een dikke p..s! En dat moet er na de vakantie weer af!
Na de maaltijd lekker stuk gewandeld en ook dat zouden we elke avond volhouden! Heerlijk! En wie dus zegt dat motorrijders niet gezond leven, komt maar eens even praten!


Dag 3. Passo di Giau, Passo Sella, Passo di Gardena, en nog een stuk of wat passen. 383 km.

Na een prima ontbijt, gaan we de uitdaging aan. Maar eerst nog even kijken wat de jongens met de grote Hayabusa’s precies gaan doen. 3 van de vier Busa’s hebben hun partner mee achterop en met dat extra gewicht zullen ze wel niet zo snel rijden als hun monden ons willen doen geloven. Later in de week zal ook dat extra gewicht weer ter sprake komen.
De, volgens de Motorplus mooiste passen van Italië, zitten vandaag in ons programma.
Maar eerst rijden we via de SS47 en de SP65 naar de eerste serieuze hobbels. Vlak bij Mocchi ligt een onbekend gebleven bultje van zo’n 800 meter. De Passo Forzella die daarna verschijnt doet daar nog een paar meter bij, maar kunnen ons nog niet erg onder de indruk brengen. We stijgen langzaam nog iets door tot we de SS347 bereiken en naar serieuze hoogtes stijgen. We rijden nu op de Strada Provinciale del Passo Cereda E Passo Duran. En dat noemt Truus, onze trouwe begeleidster in de GPS, dan ook bij iedere afslag volledig op. Het gevolg is soms wel met dit soort lange straatnamen dat het allemaal iets te lang duurt tot ze is uitgesproken en wij vervolgens te laat afslaan! Dus eerst de Passo di Cereda met zijn 1347 meter, even later de Passo Aurine met 1295 meter en daarna de Passo Duran met 1600 meter. Ondertussen begint de kou weer toe te nemen en we vrezen weer in de sneeuw terecht te komen. We maken ons op de mooiste pas van Italië te bestijgen en doen ondertussen nog even de Passo Staulanza met 1778 meter en vliegen we verder naar de Passo di Giau. Heerlijk bochtig traject, met zijn 29 tornanti (haarspeldbochten), maar door de nog vochtige en soms niet al te beste wegen en de kou doen we het betrekkelijk rustig aan. Ondertussen genietend van prachtige vergezichten met woeste toppen, bedekt met verse sneeuw. Op de pas op 2241 meter ligt inderdaad verse sneeuw en natuurlijk nog pekel op de weg. Bij Pocol gaan we dan in zuidelijke richting naar de volgende pas. De Passo di Falzarego met 2115 meter doet niet zo veel voor de hoogte van de Giau onder, maar is rijtechnisch met zijn wat wijdere bochten zeker zo mooi. Tussen deze pas en de volgende liggen nogal wat kilometers met dorpjes ed. en die brengen natuurlijk het tempo wel wat omlaag, maar zo kun je ook genieten van de mooiste vergezichten die je je maar kunt bedenken. De volgende pas die we beklimmen is de Passo di Campolongo met 1887 meter en rijden we via de Passo di Gardena (2113 m) naar de hoogste pas in dit rijtje de Passo Stella met 2248 meter. Op de Gardena talloze Nederlandse wielrenners die ons soms in vliegende vaart vergezellen en tussen alles en iedereen doorploegen en soms ons rijden over dit soms mooie asfalt een beetje vergallen. De Passo Stella heeft een mooie mix van snelle en langzame bochten en dat weten blijkbaar erg veel mensen. Hier worden we dan ook nagezeten door veel snellere Duisters en Italianen die op hun wendbare hoogpoters of Streetfighters veel sneller en platter durven te gaan dan wij ooit van plan zijn te rijden. Een Subaru Impreza maakt het nog veel bonter door samen met mij een van de vele haarspeldbochten uit te blazen en mij, ondanks mijn best wel snelle acceleratie, gewoon te laten staan. Ongehoord, wat die kan die jongen autorijden. We zien hem nog even weer achter een bus hangen, maar daar maakt hij heel snel een eind aan en vertrekt aan de einder. Maar toch laat je je inspireren door zo veel snelheid en bravoure. Als wij weer eens heel netjes rekening houden met iedereen en achter een langzame bus hangen worden we aan alle kanten voorbij gereden en volgen wij al snel het voorbeeld van deze ervarenere piloten. We doen dat gedurende deze week dan ook steeds meer en steeds eenvoudiger.
We zakken nu steeds zuidelijker en laten de afslag naar de Passo di Pordoi voor wat hij is. Hier komen we deze week nog wel terug. Via de SS48 gaan we dan richting Trento en naderen Coldonazzo dan weer via de prachtige vierbaans racebaan, waar werkelijk niemand zich aan de 90 km/u houdt, met uitzondering van een paar van die Nederlanders op motoren. Bij het overgaan van vier- naar tweebaans komt ons een Italiaan achterop die zo vreselijk hard op mij inloopt dat Wim in zijn spiegel niet weet wat hij ziet. Ineens zit hij links naast me omdat ik natuurlijk achter Wim rijdende, de rechterkant van de weg aanhoudt. De Italiaan maakt opgewonden gebaren dat Wim aan de kant moet of minimaal sneller moet gaan rijden. Maar Wim blijft stoïcijns doorrijden, zich intussen lekker breed makend. Wat denkt die halve zool wel. Gelukkig vergeet Wim niet de afslag te nemen naar Coldonazzo en is deze enerverende dag ten einde.
Daarna de routine van de dag; douchen, bijkomen, pizza eten, wandelen; beetje bijkletsen en de route van de volgende dag controleren. Daarna zo rond elf uur vallen de oogjes toe.

Dag 4. Noordelijke route 312 km.

De route voert ons allereerst door Levico Therme. Een mooi oud stadje en druk bezocht kuuroord vanwege het zachte klimaat en de aanwezigheid van arsenicum- en ijzerhoudend water.
Wij gaan onmiddellijk omhoog de bergen in, waar we onmiddellijk getrakteerd worden op een veelheid van haarspeldbochten. Niet al te ruim, maar goed te doen met een redelijk asfalt zodat het tempo er in blijft. Na Pergine Falsugana gaan we nog verder de hoogte in en met een redelijke snelle aanloop van 25 km., de Passo del Redebus (1450m) beklimmen. Hierna volgt een snelle afdaling tot op 200 m. Na Valcava gaan we dan in gestrekte draf weer naar het zuiden om bij Lavis omhoog te schieten. In Lavis scoren we bij Laboratorio Pasticeria Marco Bronzetti een paar overheerlijke croissants om onderweg op te eten. Intussen is het best warm geworden we zien ergens een thermometer met 32 gr. erop voorbij komen. Het wordt tijd dat we weer op hoogte komen want dit is iets te warm. Al snel doen we dit ook en gaan vrij steil de Passo del Mendola (1357m) op.We gaan ook vrij steil weer naar beneden en laten op 600 meter de Lago di Santa Gioustina rechts liggen. We rijden inmiddels in een enorm uitgestrekt tuinbouw gebied. Met appel en druiven struiken zover het oog rijkt. Le mele del Trentino. De Melinda Golden Delicious komen hier dus vandaan. Maar ook tuinbouw onder glas zien we voorbij komen.
Op de SS421 zien we een oude ruïne voorbij komen en dat laten we niet lopen om een paar foto’s van te schieten. Castello Belfort. Kan ik natuurlijk een heel verhaal over ophangen, maar wie dat interesseert zoek het maar op. Het hoogste punt ligt hier op zo”n 1000 meter en heet Sella di Andalo. Tijdens de afdaling passeren we het Lago di Molveno. Hierna stijgen we met prachtige vloeiende bochten naar zo”n 1600 meter op de Monte Bondone tot ik ineens een groot parkeerterrein ontwaar bij skiliften en meer van dat winters vertier. Daar is hier echter geen enkele sprake van. Een enorme stilte daalt op ons neer. Een enkele wandelaar of fietser op het fietspad verstoort die idylle. Fietspad? Ja Fietspad! Echt? Ja echt! Op 1600 meter in een wintersport gebied. Even later gevolgd verstoren snelle motoren definitief de stilte. Na ons laatste croissantje gaan we maar eens kijken waar die knapen gebleven zijn. Een aaneenschakeling van haarspeldbochten is ons deel. Mooie ronde bochten waar je je volledig uit kunt leven. Prachtig asfalt totdat ineens het wegdek nat wordt. Jammer, uit is de pret. Op een natwegdek houdt je je toch altijd iets in. Eenmaal beneden zitten we ineens in Trento. Een grote stad in het gebied Trentino. Van hieruit is het nog een paar kilometer naar Coldonazzo, waar we na een tankbeurt direct maar even doorsteken naar de plaatselijke Familia Cooperativa. De COOP dus. Hier slaan we wat drankjes in voor op de kamer en nemen wat druiven mee als nagerecht en omdat we toch af en toe wat fruit horen te nemen. Ons bint zunig en in de kroeg zitten ligt ons allebei niet zo.

Al eerder maakte ik een opmerking over de Hayabusa’s en hun berijders en misschien dat dit een moment is om het verhaal hierover te vertellen.
Zoals ik al memoreerde waren er 4 mooie Busa’s en een B-king. Allemaal prachtig onderhouden machines, waar hun baasjes, maar de partners van deze baasjes niet minder, erg trots op waren. Al toen we voor het eerst kennis met hun maakten waren ze druk aan het poetsen. Ze hadden immers in de regen gereden! Meewarig keken ze dan ook naar onze vreselijk smerige machines waar de klei en de pekel zo van af te schrapen viel. In de regen rijden hoort zo’n beetje bij ons en hier in de Dolomieten was daar het fenomeen sneeuw bij gekomen. “Had het maar geen motor moeten worden”, zeggen wij altijd.
Maar goed. Deze mannen waren lid van het Hayabusa- forum en waren volgens hun begeleider allen ervaren rijders. Ze waren dus hier om het ultieme gevoel van de Dolomieten te ervaren en Henk, hun begeleider, zwierf hier elk jaar wel enkele weken rond. Zo werd gezegd. Maar al waar wij ze over gehoord hebben waren ritjes naar het Gardameer en de Passo di Maghen, die volgens hun veel te smal was. Over de Passo Sella, Giau, Gardena, ed. hebben we ze niet gehoord. Laat staan dat ze in de sneeuw hebben gereden. Wel kwam een van de Busa’s met een gescheurd achterwiellager bij de dealer in Trento te staan om daarmee de plannen toch wel wat te verstoren. “Zou wel eens kunnen liggen aan het grote gewicht wat er ineens op zit”, wist de eigenaar te vertellen. Ja, dachten wij. Dat zou zomaar kunnen! Maatje 52+ ofzo achterop met cupmaat I zo hoorden wij terloops de Bambino van het stel vaststellen.
Diezelfde Bambino wist niet altijd wat te zeggen, maar vooral wat niet te zeggen, maar dat mag met bovenstaande opmerking wel duidelijk zijn. Dit Bambino Petertje kon ook alleen maar verhalen over 200 + km/u die er met de Suzuki’s zou worden gereden. Nou echt niet! Niet hier en zeker niet op de Passo Manghen Daarvoor moet je toch echt naar de Duitse Autobahn of forse overtredingen maken op de Italiaanse snelwegen. Ons grapje onderweg was dan ook steevast als we op een wat smaller weggetje reden, dat dit geen weg was voor de Hayabusa’s. Of wel, als het een mooie brede weg was natuurlijk.
Bambino Petertje was ook een beetje verkikkerd op Helena, de verlegen en gehuwde serveerster. Later zou blijken dat ze echt niet zo verlegen was! Ze sprak alleen geen vreemde talen! Maar in het Italiaans kon ze leuk ons Bambino Petertje verhalen voorlezen die ons Petertje toch niet verstond! Al deed hij net alsof. Daarna was onze bambino wel iets rustiger, maar hij had tot het laatst de grootste mond van het stel!

Dag 5. De zuidelijke route. 301 km.
Een route die helemaal door mijzelf was gemaakt. Zonder uit te gaan van al bestaande routes op het Internet. Het hoogtepunt zou een uitkijkpunt moeten worden op de Monte Baldo van waar wij het Garda Meer zouden kunnen overzien. In wezen ook een korte route voor ons doen. Hoe anders zou het lopen.
Al snel na het vertrek zitten we op hoogte. We passeren leuke kleine Italiaans dorpjes met aan begin en aan het einde van het dorp een flitspaal. Gelukkig wordt je er keurig van te voren op gewezen en zijn ze ook nog eens hel oranje. Dat zou dus geen problemen hoeven te geven, maar ja, dat weet je in Italië pas heel veel later.
De Passo della Frica en de Passo del Sommo schieten onder onze banden voorbij, ondertussen ook nog even verkeerd rijdend over een stuk waar we de terugweg kruisen. Ja, daar kunnen onze GPS’en nou eenmaal niet tegen. Ze gaan ineens automatisch herberekenen terwijl we dat uit hebben staan en brengen je vervolgens nog verder in de war.
Maar verder gaat het lekker. Tot we zo’n anderhalf uur bezig zijn. Na het plaatsje Arsiero gaat het helemaal fout. Nee, niet met de route! Die loopt hier gewoon langs. Maar met het wegdek! Eerst nog gewoon slecht asfalt, daarna overgaand in heel slecht asfalt met stenen en daarna overgaand in een weg zonder asfalt maar met wat steenslag, maar daarna met alleen maar stenen, gevolgd door alleen maar stenen die op rotsblokken leken, intussen stijgend naar steeds groter hoogten. Een lokale bewoner kijkt wat verstoord, maar zegt niets. “Weer een paar van die halve zolen die graag op een rotspad rijden”, zie je hem denken. En in plaats van ons gezonde verstand te gebruiken en gewoon terug te gaan toen het nog kon, ploeteren we door. Wim hevig mopperend in zijn microfoon die open blijft staan door het zuchten en steunen, zittend op de motor om toch nog een voet aan de grond te hebben mocht het fout gaan. En fout ging het. Mij was intussen de kop opgedrongen, om maar in wielertermen te spreken, en Wim ploeterde achter mij langzaam verder tot er ineens een hoop scheldwoorden door mijn speakers klinken. K.., K.., K… “Wat is er”, roep ik. “Ben je gevallen? Moet ik komen?” “Ja, ik lig onder de motor en kom niet overeind”!
Snel probeer ik mijn motor op de standaard te zetten wat wonderbaarlijk genoeg onmiddellijk lukt zonder om te vallen en sprint naar Wim, ondertussen visioenen krijgend van hulpdiensten die met helikopters ons van de berg moeten halen.
Wim hangt aan de rechterkant onder de motor met al zijn krachten proberend de motorfiets overeind te krijgen, maar ik weet uit ervaring dat dat niet lukt. Samen krijgen we de motor weer overeind en inspecteren de motor. De schade lijkt beperkt te zijn tot een kapot knipperlicht en een voorrem die maar heel weinig druk meer heeft. Waarschijnlijk lucht in de leiding door het in de voorrem knijpen tijdens het omhoog halen waardoor bij het loslaten lucht in de leiding is gelopen. Gelukkig heeft Wim niets. Hij wordt alleen maar steeds bozer en bozer. We repareren het knipperlicht met wat ducktape en laten de voorrem voor wat het is. Als we ooit nog weer op het asfalt komen zullen we daar wel eens over nadenken.
Er lijkt geen einde aan onze strijd tegen de rotsen te willen komen. De motor van Wim, lucht gekoeld, begint te protesteren en behoorlijk heet te worden. Zwaar werken tegen de hellingen van zo”n 14% op en geen koeling. We zien ondertussen al prachtige holen in de berghelling en bereiden ons in ons hoofd al voor op een overnachting in zo’n hol. We besluiten dan ook op een wat ruimer stuk eerst de motor te laten afkoelen en ons zelf te laven en een noodrantsoen tot ons te nemen. Gelukkig hebben onze vrouwen ons voorzien van Snelle Jelles en pakjes drinken, die voor dit soort doeleinden uiterst geschikt zijn.
Na deze pauze komt ons al heel snel een Nissan Patrol tegemoet. De Duitse bestuurder kan me vertellen dat we na ongeveer 1 kilometer weer asfalt krijgen. Wim moet het eerst nog zien! Nog 4 bochten, nog 3, nog 2. Zijn we er nu nog niet? K..! We gaan nog steeds omhoog! En dan de laatste bocht. We staan ineens weer op asfalt en feliciteren elkaar met deze overwinning op de flanken van de Monte Cimone en de Monte Toraro. We zijn op bijna 1800 meter aangeland over een afstand van 14 km. waar we 1 uur en 45 minuten over hebben gedaan. K..!
We schijnen volgens de kaart en passant de Passo Pianella te zijn gepasseerd en staan nu blijkbaar op de Passo di Valbona. Afdalend passeren we nog de Passo Coe en zoeken om een plaatsje om uit te rusten. Een leuk klein barretje Trattoria in Fondo Grande ontvangt ons met open armen en maken twee lekkere Panini’s met stukken brokkelige oude kaas voor ons klaar. Een cappuccino en een espresso spoelen dit heerlijke maal weg. Plassen doen we boven een hurk toilet. De eerste die we tegen komen. Rust. Maar helaas doen mijn ogen even niet meer mee. Dansende flitsen doen het ergste vrezen. Oog-migraine zegt Wim onze opticien. En ik wordt al iets rustiger. “Duurt een kwartiertje”. En zo is het ook. Weer iets geleerd!
Na deze welverdiende pauze bespreken we wat te doen. We proberen de druk in de voorrem te vergroten door het bijvullen met wat remolie, maar dat brengt, zoals ik al dacht, geen soelaas. We gaan gewoon verder en Wim rijdt de rest van de week gewoon met deze voorremdruk rond. Je went er vanzelf aan!
Na deze welverdiende break gaan we verder op dit verrassende traject. We passeren de Passo delle Borcola, Passo di Xomo, Passo Pian delle Fugazze en gaan bij Rovereto weer zuidwaarts op de SS12. Een snel stuk waar we even op kunnen schieten. Vervolgens gaan we bij Valle del Molini weer de haarspelden in om vervolgens uit te komen bij de Passo Pozza di Cola en komen we eindelijk in de buurt van ons uiteindelijke doel van de tocht De Monte Baldo. Deze weggetjes zijn niet al te breed, maar vreselijk leuk om te rijden al begint de vermoeidheid van de dag wel degelijk mee te spelen. Bij de Bocca di Navene had ik, tot op de meter bleek later, een uitzichtpunt gedacht en dat bleek dan ook zo te zijn. Prachtige plaatjes van het Gardameer met Limone tegen de berg aangeplakt. Weer een van mijn doelen van deze week bereikt. Uiteindelijk het hoogste punt bij de Bocca del Creen op 1600 meter.
Om het die dag af te leren had ik bedacht dat we via de bergen die we vanuit ons hotel elke dag aanschouwden en waar we vooral ’s avonds spectaculaire beelden zagen van lichten van auto’s die daar ’s avonds rondreden, dat we daar maar eens vandaan moesten komen. Niet dat dit allemaal zo was uitgedacht, maar het kwam wel mooi uit. Wederom weer prachtige weggetjes en mooie bochten, maar ook tenen krommende slechte paden. Het laatste stuk, en later bleek dat dus het stuk te zijn waar we elke avond naar keken, was smal, soms erg smal. We reden al even achter een best wel doorkachelende bestelbus aan, maar die was in de veronderstelling dat wij sneller konden dan hij en liet ons er dus even langs. Gebeurde gelukkig wel vaker en dat is voor ons als Nederlandse, bedaarde motorrijders wel erg fijn. Wij zijn zeker niet zo driest als de Duitsers en de Italianen die overal maar omheen vliegen. Maar goed, wij dus die bus voorbij en gas geven natuurlijk. Ja, ja. Op weggetjes met alleen maar blinde hoeken en zo smal dat er absoluut geen twee Fiatjes elkaar zouden kunnen passeren, ga je niet zo snel. Wij niet in ieder geval! Die bus wel! Man, wat knalde die van die berg af. Tunnels waarvan je denkt hoe komt die bus er door werden genomen alsof ze er niet waren en we waren dan ook blij dat er wat bredere wegen kwamen waar we wat uit konden lopen. Uiteindelijk passeren we een punt waar we prachtig op het Meer van Caldonazzo konden kijken, maar daar hadden we nu absoluut even geen zin meer in. Daar zouden we op onze rustdag nog wel even terugkomen voor een paar plaatjes.
Pas om 18:30 uur waren we weer terug in het hotel en konden we onze vermoeide lijven tot rust laten komen. Vakantie heet dit toch? Poeh. Maar wel hard werken hoor!

Dag 6. Passo Pordoi? 363 km.

De hele nacht had het geregend, maar gelukkig was het ’s morgens droog. Maar voor de zekerheid toch maar de regenbroek en jas mee.
We zouden die dag de ontbrekende passen gaan verkennen die we de eerste dag niet hadden kunnen meenemen en zo togen wij dus weer noordwaarts. Eerst langs de oostzijde van het Meer van Coldonazzo en daarna bergopwaarts naar de meren bij Campolongo en het Lago di Stramentisso. De SS112 brengt ons bij de eerste serieuze pas van die dag de Lavazzejoch op 1800 meter. Bij Carezza el Lago gaan we dan weer de echte bergen op. De Nigerpas is de eerste die aan onze hoogtedrang moet geloven. Het wordt weer kouder en natter. Alles boven de 1500 meter bevat verse sneeuw van de afgelopen nacht en ligt langs de wegen naar boven. Zo ineens sta je dan op een hoogste punt waar je geheel niet bent voorbereidt en is de wereld weer wit en wordt ook steeds witter. Het sneeuwt weer! Brrrr. Voorzichtig rijden we verder. Knallen is er niet bij!
Van de weeromstuit vergeten we bij Sella de Culac de weg naar de Passo Sella te nemen om daar linksaf te kunnen slaan naar de Passo Pordoi. Ach daar komen we wel weer bij. Dachten we. Maar nee hoor! We passeren nu van de andere zijde de Passo di Gardena en doen even de Passo di Campolongo aan. De splitsing waar we toch nog bij de Pordoi zouden kunnen komen hebben we nooit meegekregen. Dat is wel het grote nadeel van de een klein GPS scherm en van een hoogte inzicht, want zo mis je wel mogelijkheden om je fout nog goed te maken. In Caprile nuttigen we in duur uitziende Albergo een heerlijk bakje koffie met croissant voor wel €4,00 en gaan opgewekt en warm weer op weg. Mooie wegen hier en we zakken met een aardig gangetje weer af naar het zuiden. We pakken op de SP81 even de Passo di Valles van 2032 meter en even later de Passo di Rolle. Verder naar het zuiden raken we een beetje de weg kwijt en zijn we het eigelijk ook wel zat en vinden we de snelste weg naar het hotel. We hebben toch onze hoogte meters wel weer gehad vandaag, samen met de nodige sneeuw en ontberingen. Ach, zo tegen het einde werd het weer gelukkig iets beter en klagen we verder zeker niet over het weer. Maar morgen wordt het beter!


Dag 7. Ten Noord-westen van Gardameer. 365 km

De dag begon met prachtig motorweer. Maar na Riva del Garda werd het steeds donkerder. Uiteindelijk pas tegen het einde wat nattigheid, maar niet uitermate storend.
We zakten af in Zuid-westelijke richting richting Riva del Garda. Leuke verrassende wegen. Veel stuurwerk en niet al te breed. Leuke omgeving met weer dat tuinbouwgebied.
We passeren de Passo Bordala en de Passo Creina. Allebei liggend op zon duizend meter, waar natuurlijk op en afgaande wegen op lagen. Vooral de dalende SP48 naar Riva was er een van de uitdagende soort. Maar mede doordat er een aantal BMW’s achter ons zaten die we ook daar graag wilden houden. In Riva ging het even helemaal verkeerd en zaten we op een gegeven moment op de kustweg en dat was niet de bedoeling. En dat ondanks het feit dat ik daar in het verleden met Tineke al een aantal keren was heengereden! Gewoon twee de rotonde rechtdoor nemen en je komt bij de tunnel uit.
In die tunnel zit ons een busje vreselijk te duwen. En uiteindelijk weet hij er voorbij te komen. Een of andere chauffeur die er zijn werk van had gemaakt om mountainbikers naar de top van de berg te brengen. Maar goed, ons eenmaal voorbij probeerde hij dat ook met iedereen die voor hem reed en dat stopte toen hij achter een heel traag, vreselijk rokend kampeerbusje moest blijven hangen. En ja, daar kunnen wij dan weer heel makkelijk omheen. Met een brede grijns overigens. Lekker puh. Vanuit de tunnel rijdt je dan zo rond het Ledromeer. Geweldig mooi meer, waar Tineke en ik in het verleden al eens een dag hebben liggen luieren. En waar ik toen heb gezegd dat ik hier nog wel eens op de motor langs zou willen gaan.
En aldus gebeurde! Weer een vinkje op mijn “bucketlist”! Mooie wegen, snelle Italianen en heerlijke Panini Alpino. Wat verder bij het meer vandaan worden de wegen echter aanmerkelijk slechter. Het landschap is ook duidelijk veel meer de Alpen. Niet zo ruw als de Dolomieten. We passeren een onbeduidend pasje; de Passo dell Ampola op zo’n 750 meter. Hierna volgt het Idromeer, maar hiervan hebben we maar een heel klein blikje van opgevangen en Wim al helemaal niet zei hij. Hier pakken we een haarspeldbocht en flitsen via hele kleine, maar mooie overzichtelijke omhoog via de Gaver Goletto, de Coletto di Cadino en de Passo di Croce Domini om op de top te eindigen van 1900 meter. Hm. Hadden we niet op gerekend! Een langskomende Italiaans wielrenner vraagt in zijn beste Engels of ik hem even met de sneeuw op de achtergrond wil fotograveren. En met zijn steen koude vingers vist hij een in een waterdicht zakje verpakt fototoestel uit achterzak. Hij bedankt me erg hartelijk en bergt alles weer op om zich op te maken voor koude afdaling! Mille Gracie!
We ronden het Parco delle Adamello via de SS42 om zo op de Passo di Tonale op 1888 meter te arriveren. Ook weer zo’n echte wintersportplaats met grote parkeerterreinen, maar in de zomer volledig sfeerloos. Een groot oorlogsmonument herinnert ons er aan dat hier in de Eerste Wereldoorlog vreselijk is gevochten. Achterna gezeten door een grote groep motorrijders dalen wij met gezwinde spoed af van de flanken van deze Alp. Mooie bochten en een goed wegdek! Onderaan eindigend bij een benzinestation waar de hele groep gaat tanken. En waar Wim notabene moet uitleggen hoe het tanken hier verloopt. Ondanks de aanwezigheid van een oud moeketje die de honneurs pleegt waar te nemen. Wel lachen! Wim was trouwens ook best wel een beetje trots dat hij die hele groep achter ons had gehouden! Ging het zo hard dan? Nee hoor, ik heb maar een paar pieken van boven de 80 km/u gezien. Via Madonna di Campiglio verlaten we deze hooglanden. Het Olympisch gevoel achter ons latend, want daar is dit gebied natuurlijk super bekend om geworden. In een redelijk hoog tempo verlaten we deze streek om vlak boven Trento nog even getrakteerd te worden op wat smallere wegen en na Trento op de onvermijdelijke regen.


Dag 8 De rustdag Monte Grappa 284 km

Voor deze dag hadden we bewust niets gepland om zo toch een beetje rust te kunnen krijgen voordat de tocht terug weer werd aangevangen. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en wij vroegen de eigenaresse of zij een tip had.
“Ga eens naar de Monte Grappa”, suggereerde zij. “Heel mooi gebied en het is hier maar 70 km vandaan”!
Dus wij een route maken naar de Monte Grappa.
Deze route leidde ons onmiddellijk naar de 1400 meter hoge berg waar wij ’s avonds zo mooi naar keken. En we vonden een prachtig punt om onze foto’s van het meer van Coldonazzo te schieten. Hierna ging het via prachtige weggetjes richting Asiago. Hier hadden we bedacht dat de wegen van de heen en terugreis elkaar zouden kruisen en precies daar had men bedacht op deze hete zondagmorgen een markt te moeten organiseren. En dus ging mijn Truus, Miep of hoe zo ook mag heten, Oh nee, Claire, helemaal in de stress en ik ook natuurlijk! Terugkerend op je schreden vertaalde zich onmiddellijk in een automatisch herberekenen en moest Wim ons dit stadje uitloodsen. Nu was mijn Claire zodanig in de war geraakt dat Wim dat even moest volhouden en na nog twee missers kwamen we uiteindelijk op een weg met zoveel haarspeldbochten dat de Stelvio erbij verbleekte. Tenminste zo voelde het. Het waren welgeteld 20 tournanti, maar van het erg krappe soort. Niet een Haybusaweggetje dus. We steken het riviertje de Brenta over en na nog een missertje gaan we bij Prove del Grappa eindelijk de Monte Grappa op.
Beetje druk vinden we. We sluiten achteraan in de file en denken er het onze van. Ineens flitsen ons allerlei motoren voorbij op een weg waar dat amper kon. Wim en ik er brutaal achteraan. Stop. Ziekenwagen. Wielrenner met bebloede benen zittend op de vangrail. Gaat het wel halen en wij achtervolgen de andere motoren. Komen we vervolgens aan de staart te zitten van een wielerwedstrijd. En dus rijden we zo de bezemwagen in. Nou ja figuurlijk dan! Dat was dus de uiteindelijke schuldige van de ellenlange file! Niets geen afstopping door de Politie. Auto’s konden niet passeren, maar opnieuw bleek de waarde van de motor maar weer eens in de file. We stoven er voorbij. In Nederland zetten ze met behulp van tientallen motorrijders een wielerrparcours af, maar hier in Italië moet je niet alleen als wielrenner maar zien dat je boven komt, maar ook als medeweggebruiker.
Maar ja, dan komt het natuurlijk. Tientallen wielrenners waaierden over de weg. En voor je het weet heb je er een op je stuurkuip. Dus con calma! We passeren nog even een duimen draaiende motoragent en zwaaien maar even! Geen idee wat die daar stond te doen!
Na uiteindelijk een 10-tal tournanti’s, moeten we nog even in de remmen omdat een motoragent ons verbied om de renners in een bocht in te halen en we gaan er dan maar vanuit dat bij we de kop zijn aangeland. We geven gas en gaan uiteindelijk ook deze agent voorbij en kunnen rechtsaf richting de top. De wielrenners gaan blijkbaar rechtdoor, want die hebben we niet meer gezien. Op de top is het een komen en gaan van motoren en natuurlijk andere wielrenners, maar ook een paar automobilisten hebben het tot de top gered. Een adembenemend uitzicht is hun en onze beloning!
“De Monte Grappa is een 1775 meter hoge berg op de grens van de Italiaanse provincies Belluno,Vicenza en Treviso in de regio Veneto.
De berg is gelegen tussen de rivieren Brenta en Piave. Ten zuiden van het gebergte ligt de stad Bassano del Grappa. Vanuit deze stad loopt een weg naar de top vanwaar men een weids uitzicht over de laagvlakte en de vooralpen van de Veneto heeft. Voor wielrenners is de Monte Grappa een enorme uitdaging. Van Bassano tot de top moeten over een afstand van nog geen 30 kilometer 1500 hoogtemeters overwonnen worden.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog is er hevig rondom de Monte Grappa gevochten en vielen er duizenden slachtoffers. In de jaren dertig heeft hiervoor men een enorm monument en ossuarium op de top gebouwd. Op de berg rusten 12.615 Italiaanse en 10.295 Oostenrijkse soldaten.”

Na talloze foto’s gaan we weer naar beneden. Op zoek naar de startplaats van de tientallen paragliders die hoog in de lucht profiteren van de ideale omstandigheden.
Tussen de 19 haarspeldbochten en rijdend in een prachtige rustige omgeving zien we in een flits inderdaad de plek waar de paragliders starten, maar nemen ons niet moeite om ook daar nog weer te gaan kijken. Lekker cruisend in de schaduw van de bomen zakken we weer af en vinden in Bassano di Grappa een plekje in de schaduw op het terras van een Engelse Pub aan de oevers van de Brenta. Och het is maar 32 graden en er staat gelukkig wat wind en de sneeuw is ver van ons.
Na deze rustpauze vangen we de terugreis maar weer aan. We komen veilig door Asiago, maar vergeten vervolgens na Rotzo rechtsaf te slaan en komen zo opnieuw 15 haarspelden tegen die zo dicht op en naast elkaar liggen dat mijn Claire er weer niet uit komt en Wim het roer weer even moet overnemen. Hier is het ook dat ik het geluid uit mijn rechterluidspreker verlies. Vanavond nog even naar kijken!
We passeren nog even de Passo della Fricca op zo’n 1000 meter en zijn zo rond vier uur weer op de basis. Lekker rustig dagje dus!
Kunnen we morgen uitgerust de terugreis aanvaarden! Ahum!

Dag 9 De terugreis. Coldonazzo – Landeck (Oostenrijk) 306 km

Na een roerend afscheid van onze gastvrouw, haar moeder en de lieve Helena, vertrekken we via Zwitserland richting Oostenrijk. Kan dat niet korter? Ja, dat kan, maar dat is niet zo leuk. Denken we!
Onder een strak blauwe hemel, de temperatuur loopt op tot zo’n 31 gr., cruisen we lekker snel naar de Passo Tonale. Nu dus vanaf de andere zijde en ik moet zeggen dat ik hem nu niet zo uitdagend vind als eergisteren. We slaan nu echter rechtsaf richting de Passo di Gavia. Een pas die op de derde plaats terecht is gekomen van de 10 beste Passen uit de Motorplus. Ik kan u melden dat hij die waardering niet heeft gekregen voor de rijpret of de prachtige bochten. Ja, de uitzichten en de hoogte zijn fenomenaal, maar deze berg bestijgen is wel de hoge school van het motorrijden.
Direct na Precasaglio ga je de berg op. Eerst een paar mooie bochten, maar daarna worden ze steeds smaller. In het begin nog redelijk van kwaliteit, maar later steeds slechter. De overheid doet daar alles aan om dat weer beter te maken en dat ontdekten wij zo halverwege toen we op een weggetje van nog geen 2,5 meter breed een dragline ontwaarden. Links de rots, daarnaast de dragline, toen een half metertje asfalt, daarnaast 40 cm. rotsachtige berm en daaronder, afgeschermd door een rood afzetlint de afgrond! De dragline stopte even met werken en een mannetje gebaarde ons dat we wel mochten doorrijden. En dat doe je dan! Je tassen aaien het afzetlint en je gaat weer door! Even ademhalen hoor! Maar de rust is niet voor lang. Na een ruime haarspeldbocht, uitlopend in weer zo’n 2,5 meter weggetje, komt Wim, die voorop rijdt, een levensgrote vrachtwagen tegen. Zal wel bij de werkzaamheden daar beneden hebben gehoord. En ondanks dat de regel in de berg is dat stijgend verkeer voorrang heeft boven dalend verkeer, kon daar nu geen sprake van zijn. Dus Wim moest achteruit. Nu zit er geen achteruit op zijn Bandit en is het dus langzaam steppend proberen een plekje te vinden waar de vrachtwagen geen last van je heeft. Lukte gelukkig wonderwel, maar als je daar naar staat te kijken lijkt het uren te duren! Goed, daar gaan we weer, ons ondertussen afvragend waar die vrachtwagen straks moet staan als hij bij die dragline is aangekomen. Dat vragen we ons nog steeds af als we een dalende camper tegenkomen. Die zal ook ergens moeten blijven en hoe komt die voorbij die dragline, om van die vrachtwagen maar niet te spreken. We zullen het nooit weten, want wij gaan door naar boven.
De bomen maken plaats voor kale rotsen, de weg wordt zo mogelijk nog smaller een autootje met een mannetje er lopend achteraan controleren iets? Ergens in de diepte ontwaren we een Ristorante. Hm! Iets te uitdagend voor ons, maar voor wandelaars ongetwijfeld een prima Rifuge. We halen en een camper in. Hé! Hoe is die langs die dragline gekomen? Eenmaal op de top blijkt het hier erg rustig. Het verbaast ons. Maar een enkele motorrijder en fietser staan hier van het uitzicht te genieten. Koud is het hier zelfs niet op toch maar liefst 2652 meter. De Gavia pas. En sneeuw lijkt hier recent niet te zijn gevallen, maar kort hiervoor blijkbaar wel, want de Giro d’Italia heeft deze berg geschrapt vanwege het weer destijds. Prachtige blauwe gletsjers, dikke sneeuw pakken en berggeiten. En ineens heel veel wielrenners en motorrijders. Vooral Nederlandse. In de bar waar we een kopje koffie en een panini nuttigen komen we een heel stel Nederlandse fietsers tegen die ik een week later in de Tour du Jour een poging zie doen de virtuele Mont Ventoux te beklimmen. De afgetrainde, maar vooral afgeleefde kop van een dame zal me lang bijblijven. “We nemen het er hier maar even van”, zei ze een beetje snerend tegen me toen ze een kop choco bestelde met een dikke laag slagroom en daarbij ook nog maar een taartje. “Wij fietsen het er wel weer af!” Met andere woorden; wij leven veel gezonder als jullie met je reet op de motor! “Ja, hoor! Je doet maar! “, kon ik niet nalaten te zeggen.
Nu heb ik best veel waardering voor iemand die het op kan brengen om zo’n berg op de fiets te bestijgen, maar om dan zo laatdunkend te doen naar iemand die op een andere manier zijn hobby uitoefent! Ik maak me niet boos! Kijk nog even naar een souveniertje en krijg van Wim een sticker van de Gavia. Ik moet er nog eens over denken of ik die op de motor ga plakken, of hem ergens anders in mijn kamer een plaatsje geef.
Na de Gavia dalen we af naar Bormio. Hier kun je naar boven naar de Stelvio of links af naar Zwitserland en wij hebben voor het laatste gekozen. De Stelvio hebben we al gehad en we hadden niet zo’n behoefte om wederom in die drukte te verzeilen en stapvoets die berg af te dalen.
En passant pakken we nog even twee colletjes van de 1e categorie mee; de Passo di Foscagno en de Passo d’Eira. Beide jongens van boven de 2200 meter. Na Livigno komt er een eindeloze reeks van tunnels die aan de boorden van het Lago di Livigno de verbinding vormen tussen Italië en Zwitserland. Met als grote verrassing een tolpoort midden op een stuwdam. Of we maar even €20 willen dokken. Nu kun je daar nog wel keren, maar hoever moet je dan nog om. We snappen op dat moment nog niet waarvoor die tol is.
Na een rondwandeling en de nodige foto’s en het gebruik maken van een zeer futuristisch toilet gaan we verder en staan na 100 meter ineens voor een rood stoplicht. Ah. Een tunnel met een rijbaan. De zgn. Strassentunnel “Munt la Schera. Bijna 4 km lang en exact op de grens. Die tunnel zit overigens wel even op een dikke 1700 meter en ik snap dat het graven ervan de nodige moeite en geld heeft gekost. Nog even de Ova Spin, een pas op 1850 meter en dan naar beneden. Eerst Zernez, waar we worden opgewacht door de rivier de Inn, de naamgever van Innsbrück, die we tot aan Landeck blijven volgen. Bij Martina rijden we al snel Oostenrijk weer in en worden helemaal blij als we aan de pomp prijzen zien die 30 cent goedkoper blijken te zijn dan in Italië. Om 16:08 arriveren we in Landeck en krijgen, op verzoek, dezelfde kamer als vorig jaar.
Tijdens de maaltijd blijkt dat men niets weet van onze half-pension afspraak en we mogen kiezen wat we willen eten. Schitzel natuurlijk met een ijsje toe.
Niets veranderd hier!
‘s Middags nog even wat proviand gehaald voor de resterende dagen en zo genieten we op ons balkon nog even na van de laatste zonnestralen.

Dag 10 Landeck – Waldkirch 373 km.

Bij het vertrek ontstond er een hevige discussie met eigenaar van het hotel over de prijs die ik op de bevestiging had staan. €33 pp voor overnachting met half-pension. Dat het helemaal niet kon voor die prijs en dat hij die bevestiging niet had gestuurd. Ja, dat is dan jammer, maar volgens mij staat deze prijs op uw eigen site en heb ik een bevestiging van deze prijs. “Dat zijn prijzen van 5 jaar geleden! Ik moet nu minstens €48 beuren”. Nou kon dat nooit van 5 jaar geleden zijn, want vorig jaar hebben we €38 betaald die ook zo in zijn achterzak verdween. Ik snapte natuurlijk zelf ook wel dat die prijs van de gekke was, maar ja je weet maar nooit. Uiteindelijk kwamen we tot een prijs van €40. Zonder de drankjes! Wegwezen! Maar dat ging niet op. De ontbijtdame kwam nog even naar buiten om €5 te beuren voor de drankjes. Jammer! Ik had hem zo graag die loer ook nog gedraaid. Ook op het moment van schrijven heeft hij nog steeds zijn prijzen niet aangepast.
We nemen de voor ons inmiddels bekende route richting Arlberg. Nu echter niet via de B-weg maar via S16. Na de Arlbergtunnel gaan we vervolgens rechts omhoog naar de Arlbergpass (1800) en de Flexenpass (1800)en steken we door naar Lech. Ook nu weer moeten we wachten voor de werkzaamheden in de tunnel en ook vlak voor Lech verzeilen we weer in wegwerkzaamheden die dus nog steeds niet zijn afgerond. Er volgt daarom nog een stukje off-road. Alsof we nog niet genoeg stenen hadden gezien. Vlak na de opbrekingen schrik ik me nog even helemaal lam wanneer plots een grote bergmarmot(Mürmeltier) op 20 cm voor mijn wiel oversteekt. Dat had er ook nog wel bij gekund! Maar het ging goed! We gaan bij Warth linksaf en passeren de Hochtannbergpass (1700+) en hebben de we de hoogtemeters voor dit jaar wel gehad dacht ik zo.
De Boedele, die vlak voor Bregenz opduikt is dan nog een onbeduidend puistje van 1155 meter. In Dornbirn vinden we een McDonalds Cafe en brengen we ons cafeïnegehalte weer op peil en tanken we nog snel even goedkoop voor we de grens passeren.
Maar na Bregenz begint het afzien. We hebben voor de route gekozen die langs het Bodenmeer loopt, maar daar is dus gewoon druk! En veel verkeerslichten natuurlijk. Het duurt dan ook redelijk lang voordat we eindelijk weer een beetje gas kunnen geven, hierbij vergezeld door een echte Zeppelin die zijn thuisbasis heeft bij het Zeppelinmuseum in Friedrichshafen. Geweldig zou dat zijn om daar nog eens mee te mogen vliegen.
Bij Überlingen op de B31 is er dan een grote omleiding ingesteld, maar gelukkig geen vervelende. Lekker doorrijden kunnen we hier tenminste. Bij Engen nemen we de L224 die bij Randen overgaat in de B314. We laten de Zwitserse grens links liggen. Bij Mauchen rijdt ik dan nog een keer verkeerd, maar gelukkig let Wim goed op.
Wie nu de kaart erbij heeft zal ongetwijfeld bij zichzelf denken “waar gaan die lui toch helemaal naar toe?”. Maar dit is een bewuste route. We willen namelijk uitkomen bij de Panoramastrasse die helemaal vanuit Totnau naar boven bij Freiburg loopt.
Via de Schluchtsee, bekend van een VX800 meerdaagse, nemen we nog een paar puistjes van zo’1250 meter en komen uiteindelijk bij Totnau en gaan de Panoramastrasse op. En inderdaad; hele mooie plaatjes zijn hier ons deel. Zelfs bochten die op tornanti’s lijken dienen er nog te worden genomen. Het begint weer verdomd veel op werken te lijken!
Bij Whiere zouden we nog een paar slingerweggetjes richting Kappel nemen, maar daar aangekomen bleek deze weg verdomd veel op een rotspad te lijken en daar hadden we geen zin meer in. Het was trouwens inmiddels 32 graden geworden. “Rechtstreeks naar Waldkirch?”, was mijn vraag. “Ja, is goed”, antwoorde Wim. Maar we kunnen hier ook rechtsaf, geloof ik en dan komen we er ook”. En daar had ik nou weer geen zin meer in. Ik was het zat en we reden de snelste weg. Via Freiburg! Wat een ramp. Midden in de spits. Trams, verkeerslichten die alleen maar op rood stonden in een stad zo groot als Arnhem deden onze temperatuur in onze pakken tot grote hoogte stijgen. Maar uiteindelijk bereiken we na een stukje vierbaansweg en een tunnel het dorpje Waldkirch en vinden we zonder problemen Waldgasthof Altersbach.
Een leuk familiebedrijf waar je als gast nog als zodanig behandeld wordt. Vanwege de regenverwachting wordt er zelfs plaats gemaakt om onze motoren beschut te kunnen wegzetten. We eten hier een overheerlijke Jägersteak met salade en frites, waarbij de mayo voor de Hollander niet wordt vergeten.
’s Avonds maken we nog een lekkere wandeling naar een prachtige waterval en lopen we terug over de weg waar we uiteindelijk vandaan hadden moeten komen. Volgens de zoon des huizes was die weg niet meer zo best onderhouden en hoefden we daar niet echt spijt van te hebben. We troffen op die weg nog wel een rots aan met daarop een herinneringsplaquette uit 1911van iemand die als eerste het Duitse turnen onder dak bracht in 1811. Dat was toen honderd jaar geleden. Hoe de beste man heet ben ik helaas vergeten.

Dag 11. Waldkirch – Lüdenscheid. 442 km.

Een hele nacht regen. En de verwachtingen waren al niet veel beter. Maar eerst een lekker ontbijt met een gebakken eitje. Heerlijk!
En dan het regenpak maar aan en maar hopen dat de tassen nog een beetje waterdicht zijn. Ik heb immers in Italië al afscheid van de gesmolten hoezen genomen. Onze gastvrouw vroeg nog wel of ik belangstelling had voor een paar vuilniszakken, maar daar heb ik maar van af gezien.
Omdat we wel in de gaten hadden dat we de hele dag in de regen zouden rijden hadden we ons oorspronkelijke plan om nog een stukje binnendoor te gaan maar laten varen. We toetsten dus de snelste weg naar Lüdenscheid in en gingen op pad. Maar Al bij de eerste kruising ging het fout. Volgens Wim zijn Truus moesten we rechtsaf en volgens mijn eigen Claire moesten we links. Omdat Wim voorop reed volgde ik en ging ik er van uit dat we wel snel op de Autobahn terecht zouden komen. Maar helaas. Wim zijn Truus volgde 10 tallen kilometers precies de weg die we niet hadden willen nemen. Maar ach. Of je nu op de B-weg nat wordt of op de Autobahn. Nat wordt je toch. Het was zelfs zo nat dat er water tussen het scherm van mijn pinlock scherm terecht kwam. Ben dus toch echt aan een nieuwe helm toe.
Na een uurtje of 2,5 sturen even tanken, plassen, warme koffie en een Mars van de plasbonnen en maar weer verder. We stonden toch al lekker te lekken op de vloer van de shop bij het tankstation. Anderhalf uur later begint het heel langzaam op te klaren en denk ik er zelfs over om het regenpak uit te trekken, maar na de volgende bocht is die gedachte al weer van de baan. Bij wegwerkzaamheden neemt Wim de linker baan en kom ik per ongeluk op de rechterbaan terecht. Blijk ik op de baan voor langzaam verkeer te zitten Wim op die van snelverkeer en rijden we dus zo maar bij elkaar weg. Maar gelukkig duurt het maar een paar kilometer en kan ik nog even lekker blazen om Wim weer in te halen.
De felle regen is inmiddels overgegaan in af en toe een paar spetters en zo komen we redelijk droog bij het Mercure hotel in Lüdenscheid aan precies op het moment dat Janny en Tineke de deur van het hotel uit komen.
In dit hotel zullen we nog 4 dagen met ons vieren doorbrengen en die dagen zijn dan ook geen onderdeel van het verslag.

Epiloog
4400 km. (inclusief de terugweg uit Lüdenscheid)
221 liter benzine met een totaal prijs van €387
een gemiddelde van 1:20,09
Uiteraard is hier ook weer een woord van dank op zijn plaats. Allereerst natuurlijk aan Wim, mijn maatje. Het was weer geweldig vriend!
En natuurlijk dank aan mijn vrouw Tineke die het maar weer goed heeft gevonden dat ik zoveel van ons vakantiegeld in benzine heb mogen omzetten.
Uiteraard dank aan Janny die Wim weer heeft laten gaan ondanks dat het op het thuisfront best wel heftig was.

Jack Berendsen

De foto's staan hier:
https://plus.google.com/u/0/photos/100475394994674705739/albums/5899420512677508353?authkey=CNbk5ZvvktL9Kg

mocht er iemand geïnteresseerd zijn in de route bestanden doe dan even een mailtje
_________________
't is niet altijd chroom wat er blinkt


<a> <img> </a>
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Berichten van afgelopen:   
Nieuw onderwerp plaatsen   Reageren Pagina 1 van 1 [1 Post] Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp
 Forumindex » Vakantie, recreatie & toeren » Reisverslagen
Ga naar:  

Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit subforum
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Je mag je berichten niet bewerken in dit subforum
Je mag je berichten niet verwijderen in dit subforum
Je mag niet stemmen in polls in dit subforum
You cannot post calendar events in this forum


Powered by phpBB © 2001, 2005 phpBB Group
Vertaling door Lennart Goosens.
[ Time: 0.1537s ][ Queries: 12 (0.0078s) ][ GZIP on - Debug on ]