vx800.coolcastle.com Forumindex vx800.coolcastle.com
Nederlands/Belgische VX800 Club
 
 CalendarCalendar   FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   GebruikersgroepenGebruikersgroepen   RegistrerenRegistreren 
 ProfielProfiel   Log in om je privéberichten te bekijkenLog in om je privéberichten te bekijken   InloggenInloggen 
Coppermine 

Calendar
CalendarCalendar
Za Jan 20 2018
Zo Jan 21 2018
Ma Jan 22 2018
Di Jan 23 2018
Wo Jan 24 2018
Do Jan 25 2018
Vr Jan 26 2018
Het is nu Zo Jan 21, 2018 17:12
Tijden zijn in UTC + 1
 Forumindex » Vakantie, recreatie & toeren » Reisverslagen
Jack en Wim naar Los Picos Jack en Wim naar Los Picos" size="small">
Moderators: Moderators
Nieuw onderwerp plaatsen   Reageren Pagina 1 van 1 [3 Posts] Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp
Auteur Bericht
bear51
donateur
donateur


Geregistreerd op: 01 Jun 2006
Berichten: 422
Woonplaats: Apeldoorn

BerichtGeplaatst: Ma Jul 27, 2015 19:35    Onderwerp:   Jack en Wim naar Los Picos Reageren met citaat

Los Picos De Europa

Een aantal jaren geleden maakte een vriendin mij attent op de Picos de Europa. Een bij de meeste Nederlanders onbekend stuk natuurgebied in het noorden van Spanje. Zeg maar zuidwestelijk van Santander.
Een gebied waar nog gieren, arenden, reeën, berggeiten en zelfs beren en wolven vertoeven.
Een gebied, zei ze, waar je prachtig kunt motorrijden. Zij had hele stukken op de fiets gedaan.
En zo werd het idee geboren deze tocht, uiteraard met maatje Wim, op de motor te ondernemen. Gelukkig hebben wij echtgenotes die ons deze jaarlijkse pleziertjes wel gunnen en ons hierin volledig steunen. Daar staat natuurlijk wel wat tegenover, maar daar gaan we het hier niet over hebben.

Omdat onze leus is dat de vakantie begint zodra je op de motor stapt, zouden we de gehele reis per motor afleggen. En niet via de snelweg, maar zoveel mogelijk binnendoor en low budget, dus met de tent.
Dank zij het Garmin programma BaseCamp werden de routes uitgezet, waarin zoveel mogelijk rekening diende te worden gehouden met de te rijden afstanden en tijd op de motor. De helft van de lol natuurlijk. Tenminste voor mij.
Tijdens het plannen van de diverse routes vond ik dat we redelijk dicht de Mont Ventoux zouden passeren en het leek mij een goed idee om die puist nog even aan ons lijstje van beklommen bergtoppen toe te voegen.
Na wat rekenwerk zouden we er 12 dagen voor nodig hebben. Zou moeten kunnen.

Dag 1.
Vertrek zo rond 08:00 uur vanuit Apeldoorn.
Nederland en België doorkruisen via de binnenwegen zou erg veel tijd kosten en die routes hebben we zo langzamerhand ook wel gezien, dus gekozen voor de snelweg richting Nancy en ergens daar binnendoor naar de eerste stop; Choisseul. Maar waar ik geen rekening mee had gehouden tijdens het plannen, dat je geen waypoints moet plaatsen op tolwegen, want dan ga je ook over tolwegen.
Ik was echter in de veronderstelling dat de A31 geen tolweg was en had soms even stukjes afgestoken omwille van de snelheid. En dan rijdt je dus zomaar een tolpoortje binnen. Gelukkig reden we maar kleine stukjes over de tol, maar het is toch zonde van het geld. Het zou ons dezer dagen nog een keer of wat gebeuren.
We lagen lekker voor op het schema en besloten naar Langres te rijden. Kun je nog even het stadje in na het opzetten van de tent. Inmiddels was de temperatuur al lekker gestegen en lag zo rond de 32 gr.
Op Camping Navarre werd ons een plekje toegewezen tegen een oude verdedigingstoren, later munitiedepot.
Eindelijk een beetje schaduw. Wel een luidruchtige weg langs de camping.
Na het opzetten van de tenten en het bereiden van de meegebrachte kant en klaar maaltijd, besloten we het stadje te verkennen. Leuk oud plaatsje met rondom een grote vestingmuur en veel oude elementen, maar nergens een ijsje te koop. Wim, de fotograaf van ons tweeën, knipte er lustig op los. Ergens achteraan in het stadje ontwaarde ik een kerk, Cathedrale Saint Mammès, en die moest natuurlijk ook worden gefotografeerd. Van buiten, maar ook van binnen.
Binnen was het heerlijk koel en er waren nog meer bezoekers. Er liep ook een priester rond die geld uit de diverse potjes haalde. Na wat te hebben rond gelopen en gefotografeerd, merkte ik dat er geen bezoekers meer in de kerk waren en na verloop van tijd togen wij ook maar weer richting uitgang.
Eerste deur dicht. Tweede deur dicht; rondkijken naar een derde deur; dicht. Was daar die bel voor geweest die we hadden gehoord? Maar had die man in het zwart dan niet even moeten kijken of er nog iemand was?
De schrik sloeg ons om het hart. Het zal toch niet zo zijn dat we hier de nacht moeten doorbrengen? Het begon zo langzamerhand wel erg koud te worden hier. Ah. Een telefoon-nood-nummer op de deur. Geen landnummer natuurlijk. Dus geen contact. Wat was het landnummer van Frankrijk? Ik besloot mijn dochter te bellen. Die nam op en hoorde direct dat er wat was, maar moest ook wel vreselijk hard lachen. Nou, wij niet. Wim was met een houten stok op een van de deuren aan het kloppen, maar daar werd niet op gereageerd. “Au secours, au secours. (Frans voor help)
Landnummer was 0033 en dat werd voor het nummer gezet en gebeld. Franse voicemail. Ik dus maar ingesproken, in mijn beste Engels, dat we ingesloten waren in de kerk en of er iemand kon helpen. Niets natuurlijk.
De onrust begint dan behoorlijk toe te slaan en inmiddels ben ik de hele kerk al twee keer doorgerend om een uitgang te vinden en is Wim nog steeds bezig om de zware deuren te bewerken met de stok en overwegen we dat we dus maar 112 zouden moeten bellen. Of is dat hier een ander nummer. En zou dat wel werken met een Nederlandse mobiel? Van alles spookt er door je hoofd. Er branden nog allerlei kaarsen, dus licht blijft er wel, Voor de warmte kunnen we nog wat banken aansteken, maar dat lijkt niet zo’n goed plan. Geintje!
Ik loop intussen naar de hele grote deuren, waar vroeger complete paard en wagens naar binnen kwamen, en bekeek daar eens de sluiting; ik trok aan een stalen staaf, waarna zowat de hele slotconstructie van de deur donderde en riep Wim. Samen wisten we de espagnolet, de centrale vergrendeling in de vloer, omhoog te krijgen en kregen we beweging in de deur. De warme buitenlucht was nog nooit zo fris geweest! Een zucht van verlichting; pfff.
Gauw dochter gebeld dat we er weer uit waren en nadien natuurlijk hartelijk gelachen, maar nog wel met een behoorlijke knoop in de maag.
Op een bankje aan de overkant van de straat zat een gezin vol verbazing die twee vreemdelingen uit de deuren van de kerk komen. Zouden die het bonken op de deur niet hebben gehoord? Rare mensen, die Fransen!
Na nog wat door het stadje te hebben gezworven hebben we nog even overwogen nog eens het “nood” nummer te bellen, maar hebben daar toch maar van afgezien. Zoek het even uit zeg. Lekker “nood”nummer!

Intussen was er tegenover ons plekje op de camping een hele Franse familie aangekomen. En die waren tot ver naar middernacht behoorlijk luidruchtig zodat we beide geen, of nauwelijks slaap hebben gehad ondanks dat ik nog even heb geprobeerd om de oordoppen in te houden om het Franse geblèr en het schoppen door een kind van een voetbal tegen de muur van de kruidkamer, buiten te houden.

Dag 2.
Om zes uur waren we beide weer uit de tent en hebben de tent ingepakt en ontbeten en ondertussen lekker asociaal lawaai gemaakt.
Om half zeven kwamen de eerste Fransen met een rolletje toiletpapier in de hand kijken wie er toch zo lawaaiig waren.
Tegen achten was de boel weer in- en opgepakt en hebben we nog even goed de motoren laten warm draaien en zijn toen de tweede route begonnen.

Was het de eerste dag al behoorlijk warm geëindigd, met uitzondering van het koude uurtje in de kerk, de tweede begon ook al snel op te warmen. De eerste twee uurtjes gingen nog wel, maar daarna werd het alras warmer.
De route van vandaag voerde ons door het prachtige Bourgondië, langs Dijon, over Bourg en Bresse, langs Lijon, door Romans sur Isère naar Chabeuil, waar we een overnachting hadden gepland. We waren echter weer lekker op tijd, zodat we besloten door te rijden naar een camping ergens verder op de route van de volgende dag. Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Dus besloot ik door te rijden naar een camping die ik voor noodgevallen had gevonden: La Brianche in Saou. Lekker goedkoop! Nou, dat hebben we geweten. De camping lag uiteindelijk weer veel verder van de route dan ik had gedacht en toen we het pad met grove grindkeien opreden begon mij al een vaag gevoel van onbehagen te bekruipen. En in plaats van rechtdoor te rijden ga ik rechtsaf en moeten we keren en vervolgens omhoog op een nog slechter pad naar de camping. De hele camping bleek een groot aflopend rotsig terrein te zijn, waar nauwelijks een vlak stuk land was te ontdekken.
Wim was niet happy en ik zag het hier ook al niet zitten en we besloten hier niet te blijven. Tijdens het langzaam keren ging het echter fout. Het voorwiel verloor de grip en ging ik met motor en al onderuit. Vloeken helpt dan niet, maar je doet het onbewust toch. Gelukkig hadden de tas en de valbeugel de meeste schade weten te voorkomen en alleen de linkerspiegel had wat krassen en de uitlaat een deukje. En natuurlijk de bewuste deuk in mijn ego. Samen met Wim en een campingbewoner hebben we de motor weer overeind gezet en gedraaid en ben ik langzaam weer naar beneden gereden en heb daar de motor neergezet om Wim te helpen. Steunend en puffend kom ik eindelijk weer boven. Het pad liep wel zo’n 12 % omhoog!
Wim had het nu helemaal niet meer en we hebben eerst de rol en de koffers maar verwijderd om zo een wat lichtere motor te krijgen zodat we de Suzuki weer op het juiste spoor naar beneden kunnen zetten.
Dit hele verhaal schrijf je in een paar zinnen op, maar heeft al met al toch zo’n 30 minuten geduurd, maar het lijkt wel uren.
Eenmaal weer op de motor had ik gepland door een stukje binnendoor te glippen weer op de oorspronkelijke route uit te komen, maar juist daar was de weg afgesloten en moesten we het hele stuk weer terugrijden tot waar we de route hadden verlaten. Verlies: meer dan uur.
Daarna was het weer de beurt aan Wim om een camping te vinden en ook dit bleek een klucht in 4 bedrijven; In Puy Saint Martin dacht Wim een gemeente camping te hebben gevonden, maar die bestond niet meer, in het volgende dorp Cléon d’Andran opnieuw een gemeentecamping gevonden, maar hier bleek een trouwerij te worden gehouden en voorzagen wij een zeer lawaaiige avond en nacht; in La Bégude de Mazenc opnieuw een gemeentecamping gevonden, maar hier werd een diner gehouden voor een voetbalteam en voorzagen wij een zeer onrustige avond en nacht en ondanks dat we gratis mee mochten eten hebben we ook hier maar geen gebruik van gemaakt; inmiddels is het dan al twintig over zes en hebben we het wel gehad voor vandaag. Als de GPS van Wim dan ook nog vindt dat er van mijn zorgvuldig gemaakte route moet worden afgeweken begint het bij mij aardig te kriebelen. Maar gelukkig vinden we een half uurtje later in dan in Valreas een leuke camping; Domaine La Coronne.
Hier kregen we plekje onder naaldbomen naast een niet meer in gebruik zijnd toilet gebouw en waar we onze motoren prima konden stallen op de betonnen ondergrond. Het eerste wat verder opviel was een oorverdovend lawaai van krekels of sprinkhanen. Niet te geloven. Wat kunnen die beestjes een lawaai maken. Wat echter na verloop van tijd nog meer lawaai maakte waren een heel stel Fransen die hier een vaste kampeerplek hadden en die bij het zwembad het ene drankje na het andere nuttigden en steeds luidruchtiger werden. Gelukkig ging tegen elven de bar dicht. Helaas verplaatste de meute zich naar een caravan op een tiental meters van ons plekje en gingen daar nog even verder. Behoorlijk asociaal en niemand die daar tegen optrad. Na de maaltijd en een wandeling hebben we ons mandje maar opgezocht en ben ik uiteindelijk toch in slaap gevallen.

Dag 3.
Om zes uur melde Wim zich alweer en begonnen we de tenten weer op te pakken om zo weer lekker op tijd op de motor te kunnen zitten en naar de Mont Ventoux te rijden.
Een van de “hoogte”punten van onze tocht.
Na zo’n veertig minuten beginnen we in Maloucene aan de beklimming van de Mont Ventoux. De kale berg wordt hij wel genoemd. En inderdaad; het wordt onder de top kaler en kaler. De hele beklimming duurt op de motor zo’n 25 minuten. Niet al te moeilijk voor een motorfiets en geen gekke, korte haarspeldbochten. Een prachtig weids uitzicht is ons deel.
De motoren gestald op de top, maar daar mochten ze blijven staan. Er moest een spandoek van tientallen meters worden opgehangen, omdat er een wielerevenement boven op de top zou eindigen. Dus maar plekje gezocht iets onder de top.
Na een uurtje en een lekker kopje koffie met appeltaart van Wim, werd de afdaling ingezet. Er moesten nog 260 km worden afgelegd deze dag. Carcassonne was ons doel.
De afdaling was prachtig; tientallen wielrenners kwamen ons tegemoet. En die hadden het zwaar hoor! Respect bij een temperatuur die inmiddels was opgelopen naar zo’n 32 C. “Is dit nog leuk?”, denk ik dan.
En nu ik dit zo schrijf moet ik concluderen dat we het gedenkteken voor Tommy Simson hebben gemist. Shit!
Onderaan de afdaling gaat mijn GPS volledig op zwart en pas na Carpentras begint de track weer te werken. Inmiddels heeft de GPS van Wim weer zijn eigen zin gedaan en rijden we steeds verder weg van de route. Uiteindelijk hadden we gewoon die eigenzinnige GPS moeten volgen, dan hadden we nooit die verrekte Peages weer gezien en misschien lekker binnendoor blijven rijden. Maar ja, ook ik ben eigenwijs en als ik een route heb bedacht moeten we ons daar ook aan houden en zo komen we tot twee keer toe op de A9 terecht. Een Peage dus. Het wordt ook steeds warmer en motorrijden met een dik zwart pak aan is niet altijd even leuk zo. Regelmatig stoppen om te rusten en te drinken is dan aanbevelenswaardig, maar er moet wel een doel worden gehaald!
Helemaal links ontwaren we bij Montpellier even de Middelandse Zee en slaan we uiteindelijk bij Bezier de binnenwegen in. Nu is dat met deze temperaturen ook niet altijd een lolletje, want je staat natuurlijk regelmatig stil met je kacheltje tussen de benen en dan is het toch zweten hoor!
In plaats van de geplande camping te nemen besluiten we door te rijden naar de door ons al eerder bezochte camping even onder Carcassonne; Camping Air Hotel Grand Sud. Om tien voor vijf komen we op de camping aan en kunnen eindelijk een beetje rustig aan doen. Een plekje lekker onder de bomen.
Inmiddels begin ik behoorlijk last te krijgen van een aantal vlooienbulten op mijn benen die ik ergens heb opgelopen. Hele grote rode, harde plekken jeuken vreselijk, maar met Azaron en een of ander gelletje tegen kwallenbeten is het vol te houden. De laars maar een stukje wijder zetten en een pleister met Azaron houden de ergste plek onder controle.
Een rondje camping leert ons dat er niet zoveel is veranderd in 6 jaar. De toiletten en douches zitten nog steeds niet op een lekkere centrale plaats. Maar we hebben wel lekker geslapen en de volgende morgen om 6 uur waren we weer present.

Dag 4.
De Pyreneeën.
De route van vandaag voert ons zo veel mogelijk langs de Spaanse kant van de Pyreneeën. Niet door Andorra, want dat hebben we wel gezien en zou ons vreselijk ophouden.
Maar de GPS van Wim heeft dat niet meegekregen en al na een paar kilometer gaan we toch richting Andorra. Op zich niet zo’n ramp want dan gaan we er gewoon de eerst volgende afslag af, maar zelfs op de Col du Chioula, waar we even een kopje koffie nuttigen, heb ik op dat moment niet het overzicht in de GPS om die eerst volgende afslag te nemen en zo nog even de Col de Pailheres te nemen en weer op de geplande route te komen.
Steeds dichter naderen we echter Andorra en hoop ik wel dat Wim die afslag neemt. Nog erger; die weg is afgesloten en we zijn veroordeeld tot Andorra. Wat een land zeg! En wat kost dat een tijd. En praat me niet van mooie bochten of zo, want die zijn snel over en blijft er alleen nog maar de ene toeristische plaats na de andere, met evenzoveel benzinestations, waar de benzine iets van € 1.16 kost. Tegen het eind van het land nog maar even volgegooid. Eindelijk kruisen we N260 en gaan we de uiteindelijk geplande route op en worden onmiddellijk verast met heerlijke bochten en een prima wegdek die ons naar de Coll del Canto leidt. Niet dat die top zo spectaculair is of een mooi uitzicht biedt ofzo. Wij zijn er zelfs zonder te stoppen voorbij gereden.
Maar dan blijkt wel dat de beoordeling in de Motorplus met een 6e plaats geen flauwe kul is; wat een afwisseling aan bochten. Een 10 voor de rijpret is ook niet overdreven. En als ik zo naar de snelheden kijk in de opgeslagen track dan was dat ook best in orde.
Ook de wegen daarna waren best in orde, want pas ver na twee uur kwamen we eindelijk aan ons boterhammetje toe. Zo leuk was het.
Hierna ging het verder in de richting van de echte toppen van de Pyreneeën, maar we zouden alleen de Peyresourde aan doen. De Aspin en de Tourmalet hadden we in 2009 al gedaan.
De Peyresourde is inderddad een mooie Col, maar van de creperie boven op de Col was niets meer over dan een huis in de steigers. Wellicht dat volgend jaar hier iets mee activiteit kan worden ontplooit, want nu was er niets te beleven. Op de top is totaal geen uitzicht of het moet het zicht zijn op de bochten die nog komen. Iets meer parkeergelegenheid zou ook zeer wenselijk zijn, want je staat nu gewoon op de weg.
Na deze prachtige Col slaan we links af weer in de richting van Spanje. Het was, en zal morgen ook zo zijn, een heen en weer rijden tussen Spanje en Frankrijk. De SMS dienst van de GSM had het er maar druk mee: u bent in … de tarieven zijn ….!
Na verloop van tijd vinden we onze geplande camping: Le Lustou nabij Vieille Aure. Waar ook de wandelroute naar Santiago de Compostella achterlangs loopt.
Wat een leuke camping met leuke mensen. Prijs? Ik zou het niet meer weten, maar meer dan € 14 zullen we niet hebben betaald. Zoek je een leuk plekje om hiervan uit te wandelen in de bergen, dan kun je hier goed terecht want de eigenaar is een erkend berggids. Zo vernamen wij van Nederlandse gasten die er al jaren kwamen.
Lekker rustig de tenten opgezet en gegeten. Daarna gewandeld en even naar een kapelletje gelopen. Gelukkig konden we er niet in! We zouden eens opgesloten kunnen raken! Zo kwamen wij er ook achter dat hier de route naar Santiago de Compostella langs liep. Ook wij hebben dus een deel van die route gelopen en zouden in de loop van dit avontuur nog vaker met deze route worden geconfronteerd.

Dag 5.
Zes uur: Ik hoor alweer de eerste ritsen van de slaapzak en tent van Wim. Hoogste tijd om in te pakken. Tenten opruimen, ontbijtje maken en op pad. Nu moet u zich van die ontbijtjes niet al te veel voorstellen: ik schets het even.
Als Wim zijn tent heeft opgeruimd gaat de brander aan en wordt er door Wim, die is altijd de stoker, het water opgezet. Eerst een liter voor onze eigen koffie en vervolgens aangevuld met kokend water voor in de thermoskan. Want anders hebben we onderweg geen koffie. Low Budget weet u nog? Intussen heb ik ook mijn tent ingepakt, zijn onze snoetjes en handjes gewassen en zetten wij ons neder in de zeer geriefelijke opblaasbare zetels. Ik smeer dan vervolgens voor ons elk 4 boterhammen van het merk Harry. Van dat verpakte brood wat je tot in Nederland vers kunt houden. We doen daar dan de onvervalste Hollandse jam uit een kuipje op die Janny ons weer heeft meegegeven. Lekker bakje oploskoffie erbij en we kunnen er weer tegen aan. In ieder geval tot de lunch, waar een zelfde soort ritueel ons deel is. We hebben dat de eerste twee dagen afgewisseld met meegebrachte worst en ook verder op de route hebben we dat eens gedaan. Maar over het algemeen dus brood met jam. Of als we helemaal geen zin hadden een broodje van LeClerc.
Er moest eerst getankt worden en we vonden in Vieille Aure een Carrefour. Tanken doe je sowieso het voordeligst bij een Super Mercado of Mercadonna. Maar ik kan u melden dat je in Spanje op de binnenwegen goed moet uitkijken naar benzinestations, want die zijn daar een stuk dunner gezaaid dan in Frankrijk.
We gaan de D173 op tot Ainsa Sobrarbe en slaan dan de N260 op. Hé, hadden we die weg de vorige dag ook al niet gehad? Had ons een hoop kilometers bespaard, maar ook lol gescheeld.
Rond kwart over tien passeren we de Puerto De Cotefablo. En wat de Motoplus al schreef: het was hard werken. En ook die tunnel die zich met felle zon maar slecht liet lezen. Ik had de zonnebril onder de helm maar even op half zeven gezet zodat mijn ogen iets sneller aan het wisselende licht konden wennen. De temperatuur liet ons ook nu weer niet in de steek. We hebben regelmatig 38C. voorbij zien komen. En dat was al voor de middag! En dat is best warm kan ik u melden. Het voorspelde ook weinig goeds voor de kilometers die nog zouden volgen.
Tijdens het plannen hadden we er voor gekozen niet de nummer één in de Motoplus top tien te bestijgen, maar te gaan voor de nr. 3; de Col de Somport en daardoor ook de gelegenheid te hebben foto’s te maken van het verlaten treinstation in Canfranc Estacion. Beide vallen bitter tegen. Natuurlijk het station is oud en vertelt een hele geschiedenis, maar ik had het al snel gezien. Net als de Somport. Door zijn brede wegen, soms driebaans voor het inhalen, is het niet bepaald een uitdager. De top daarentegen geeft leuke uitzichten naar alle kanten en boven staat ook weer een kapelletje voor de kruisvaders naar Compostella. Maar misschien had we toch beter…? Over 5 jaar misschien! Ha, ha. Dan hoopt Opa zeventig te zijn en zeker nog motor te rijden! Maar..? Een hele uitdaging!
Wat er dan volgt kan zowel als klucht voor 2 mannen op motoren worden beschouwd, of als de grootste fout van mijn kant tijdens het plannen van een route en de overschatting van ons kunnen. En van de logica van de Fransen om wegen in te delen in 1, 2, 3, of 4 cijferige D-wegen. Een 1 cijferige D-weg kan net zo goed of slecht, of breed of smal zijn als een 4 cijferige en dat had ik me toch anders voor de geest.
Tijdens het plannen had ik me gebogen over de mogelijkheid om een stuk af te snijden en niet vanaf de Somport de N134 naar boven te nemen, maar bij Léees Athas de D441 te nemen. Maar al bij de eerste afslag was het duidelijk dat deze weg ons kunnen en dat van de motoren te buiten ging. Te steil en een te slechte weg deed ons besluiten de eerst volgende afslag te nemen. Wim ging weer even voorop en zijn GPS deed verwoede pogingen ons toch weer terug te leiden naar het eerste punt. Nadat we tot twee keer toe hetzelfde punt waren gepasseerd werd maar besloten een beetje rust te nemen en met een frisse blik van boven de 40C. opnieuw te kijken hoe we deze hindernis gingen nemen. Na de koffie en broodjes volgden we met moede blik toch maar de N134 en kwamen zo op de flanken van de Col de la Pierre St. Martin. De naam alleen al deed je vrezen voor het ergste. De beklimming is er een van de vermoeiendste die ik tot nu toe mocht ervaren. Er kwam maar geen eind aan de 56 bkilometer bochten en je kon je concentratie geen seconde laten varen. Zeer enerverend en onder de top hebben we maar even gepauzeerd. Het werd hier gelukkig wel ietsje frisser door de hoogte, maar in het middagzonnetje kon je niet lang staan met je pak aan.
Het was inmiddels al twee uur en we moesten nog een stukje richting Pamplona.
Na het passeren van de top doen we de bochten nog eens dunnetjes over en komen we weer in Spanje. Nog even wat bergwegen en dan de vervelende lange, hete wegen over de vlakte onder Pamplona, richting de camping in Mendigorria. We komen daar om precies zes uur aan en mogen van oma Errota – El Molino zelf uitzoeken waar we gaan staan. Er is zelfs een winkeltje waar we nog wat noodzakelijke boodschappen doen en zelfs ons brood is aanwezig. Wat chips voor de aanvulling van ons zout en frisdrank om de vochttekorten aan te zuiveren. Een plekje met iets schaduw gevonden, maar we staan in ieder geval weer.
Na de maaltijd weer ons dagelijkse loopje waar Wim zich vele malen laat steken door vervelende dansmuggen, die mij dit keer overslaan.
Lekker slapie doen en morgen fris weer op.

Dag 6
Tot dusverre had Wim steeds op kop gereden omdat hij niet al zijn routes in de GPS kon zetten, maar nu was het de beurt aan mij.
De route die ik had voorbereid was er een waar je niet veel mee kon omdat ze simpelweg van A naar B moest via een niet al te uitdagend parcours. En dat bleek ook wel de eerste kilometers. We waren gelukkig weer lekker op tijd op weg om de grootste hitte voor te zijn. Na een uurtje of twee sturen wordt het dan tijd voor een koffie stop bij Monumento Al Pastor. Een monument opgericht voor een Herder die door de bliksem werd getroffen.
Na deze stop gaat het snel weer verder en langzaam begint de weg te stijgen. Snelle stukken brengen het rijdende gemiddelde dik boven de 70 km/u en dat is best snel voor twee mannen van boven de vijftig die zich over het algemeen keurig aan de snelheid houden. En na zo’n 4 uur sturen krijgen we dan best zin iets verfrissends, maar ook onze motoren zijn aan een dorstlesser toe. En zoals ik al eerder schreef; de benzinestations langs dit soort wegen liggen niet voor het opscheppen. We vinden een leuk Spaans tentje met zicht op de meren van de Embalso de Ebro vlak voor Reinosa. Daar laten we ons de frisdrank en het broodje goed smaken en zoeken per GPS naar een benzinepomp. Gelukkig ligt er een vlakbij in Reinosa. Dus die stress is ook weer geleden.
Hierna liggen de eerste uitlopers van de Picos voor ons en wordt het landschap steeds mooier.
Hoe hoger we komen des te duidelijker wordt het. Het zicht boven de duizend meter wordt steeds mistiger en de koelte slaat toe. We durven bijna geen hoera te roepen, want deze koelte is zeer welkom na de afgelopen dagen. Maar zoals men zegt, alles wat naar boven gaat moet ook eens weer naar beneden, kwam ook hieraan een einde toen we weer een beetje lager bij ons einddoel aankwamen. Althans dat dacht ik in eerste instantie toen ik door de GPS gestuurd een campingterrein opstuurde. Helaas niet de camping die wij bedacht hadden. Ik snapte er niets van. Hoe kan de GPS zich zo vergissen! Bij nader inzien is dit toch weer terug te voeren op een menselijke fout. Ik had het zelf verkeerd gedaan door deze camping te verwisselen met de bedoelde La Isla.
Het werd alleen nog verwarrender toen bleek dat mijn GPS ons over deze camping naar de andere camping wilde sturen. Maar gelukkig kreeg ik de geest, dankzij optreden van Wim, en zag ik ineens waar we naar toe moesten. Leuke camping, leuke prijs. We zouden hier twee nachten blijven.
’s Avonds maar even een klein wasje gedaan en de droger gebruikt voor mijn korte broek.
Ook maar even lekker gegeten in het restaurantje. Dat hadden we toch wel verdiend.

Dag 7.
Het ochtend ritueel ziet er voor het eerst iets anders uit; We hoeven geen tent op te ruimen! Hm. Wat raar! We hebben zelfs uitgeslapen, want we vertrokken pas om half negen voor een rondrit door het zuid-westelijk onder de Picos gelegen natuurgebied. Een gebied waar je niet zo maar even doorheen rijdt. Allereerst de wegen. Zijn ze in het gedeelte wat Cantrabria moet onderhouden in een woord geweldig. De wegen die door Castilië en Leon worden onderhouden zijn dat zeker niet. Van redelijk tot gewoon slecht. En dat doet best wel een beetje afbreuk aan de rit waar de natuur overal overweldigend is.
We hebben prachtige mooie vergezichten mogen aanschouwen, 5 arenden (volgens ons de Golden Eagle) vlogen ons tegemoet zo’n 30 meter boven ons. Prachtig! Herten die, vlak voor wij passeerden, de weg over steken. Klimgeiten zelfs. Schitterend. Helaas hebben we de gieren niet gezien. Maar ja, dat hebben we de beren en de wolven ook niet die hier nog zouden voorkomen.
Bij onze eerste stop constateren we een oorverdovende stilte. Wat een rust. Verkeer is hier nauwelijks en zeker niet zo vroeg en het enige wat je hoort zijn vogels. Onbeschrijfelijk.
Halverwege de rit komen we bij een gigantisch stuw meer. De Embalse de Camporredondo heeft een centrale die vervolgens de volgende Embalse de Compuerto weer vult en het bij het plaatsje Velilla del rio Carrión omzet in energie. Man oh man, wat een gigantisch schouwspel.
Maar oei! De tanks van onze motoren raken alweer aardig leeg en we hebben de hele rit nog geen benzinestation ontdekt. Ook onze energie zakt tot een bedenkelijk peil en we moeten dus op zoek. Even voorbij Velilla del rio Carrión ontdekken we een benzine station en doen daar de nodige vloeistof voor onze brommers op. We rijden terug om op het kleine pleintje aldaar heerlijk in de schaduw ons broodje te eten met vers gesneden worst uit een plaatselijke Carniceria. (Vleeswaren winkel.) Een heerlijke afwisseling op ons jam menu. Kosten: een paar dubbeltjes.
Dan maken we ons op voor de terugreis, want we willen nog naar de kabelbaan van Fuente Dé. Onderweg maken we ons al zorgen over het zicht, want regelmatig komen de flarden wolken ons tegemoet.
We moeten terug langs de camping en dan nog zo’n 20 km door over weer prachtige wegen, waar je best een beetje snel kunt zijn. De maximum snelheid ligt in Spanje voor dit soort wegen op 90 km/u maar maak je geen zorgen; daar kom je maar zelden aan. Als je de ene bocht hebt gehad volgt alweer de volgende.
In Fuente Dé constateren we inderdaad dat het uitzicht nul zal zijn, maar Wim trakteert op een ritje kabelbaan en dus gaan we naar boven. Net als twee andere Nederlandse motorrijders die overigens hun motoren en zich zelf op de trein hebben gezet en er bij Bordeaux zijn afgestapt om verder per motor naar hier te rijden. Ook een manier, maar wij hebben meer gezien!
Eenmaal boven en buiten overvalt je wederom de stilte en de enorme wolkenpartij die precies rond deze top hangt. Op een top ietsje verder kun je de zon zien schijnen. Niet eerlijk, zul je zeggen, maar we zijn hier toch maar geweest op 1890 meter.
We lopen wat door de wolken nemen foto’s van een witte wattendeken en spoken die uit de mist komen en weer vertrekken. Jongelui in een fietsoutfit huren mountain-bikes (zeer toepasselijk woord) om de berg per fiets af te rijden over paden waar wij ons, met onze fietsen maar niet zullen wagen. Een 4 x 4 staat hier overigens wel, dus op een hoogpotige motorfiets zou het redelijker wijze wel moeten kunnen. Ook zijn er mensen die die tocht wandelend afleggen.
Als we weer terug op de begane grond zijn beland en onze motoren hebben gestart komen we de fietsers even later weer tegen, dus zo lang hebben ze er niet over gedaan. Respect hoor!
Via dezelfde weg rijden we weer terug naar de camping en genieten nog even van een rustige avond.


Dag 8.
Weer hetzelfde morgenritueel als eerdere dagen. Nu moeten we alleen tot acht uur wachten voordat we kunnen betalen en kunnen vertrekken.
Hierna beginnen we aan hopelijk een van de mooiste routes en het doel van deze reis.
Dat blijkt ook direct wel. Wat een heerlijke omgeving, wat een uitzichten en wat een mooie wegen. De N621 biedt al deze ingrediënten en voert ons naar een prachtig uitkijkpunt op 1400 meter hoogte. Mirador del Corzo, Puerto de San Glorio.
Na een weer een paar kilometer over deze over het algemeen mooie wegen, waar je moet blijven uitkijken voor koeien en hun uitwerpselen, komen we op 1600 meter aan.
Zo rondom half twaalf slaan we de oostelijke richting in en zijn we aan de bovenkant van de Picos gearriveerd en weet je dat je weer richting huis aan het koersen bent.
De temperatuur is inmiddels naar grote hoogte gestegen en tikt weer eens de 38 graden aan, maar zolang je op wat grotere hoogte verblijft is het natuurlijk wat koeler.
Maar nu we weer aan het zakken zijn naar zeeniveau wordt het behoorlijk warmer.
Als we elkaar bij een rotonde op de AS-114 dan ook nog eens uit het oog verliezen, doordat ik een extra rondje maak om dat ik even niet zie welke kant we op moeten, wordt het behoorlijk warm in de nek.
Gelukkig hebben we buiten onze helmcommunicatie ook nog de telefoon en naar een paar minuten vinden we elkaar weer.
Zo tegen 13:30 uur verlaten we de Picos en rijden we richting de kust en zoeken we een lekker plekje om een broodje te eten.
We hebben afgesproken dat we proberen voorbij Bilbao te rijden als we een beetje goed in de tijd zitten en aldus geschied.
Als ik nu op de route terugkijk zou ik het de volgende keer zeker anders doen en nog dichter tegen de kust aan gaan rijden, maar ik vrees dat die volgende keer er niet zal komen. Gemiste kans dus. We passeren Santander en gaan zo rond half vier richting Bilbao.We gebruiken de A-8 om zo snel mogelijk een aantal kilometers te overbruggen, maar leuk is dat niet.
Als we dan de rondwegen van Bilbao oprijden is het inmiddels zo warm geworden dat het open doen van het vizier geen verfrissing oplevert, maar je doet vermoeden dat er iemand met een föhn op de hoogste stand in je gezicht staat te blazen. Tel daarbij op de temperatuur van het druk bereden asfalt en je eigen kacheltje tussen je benen, dan mag u van mij aannemen dat het water me in de bilnaad staat, temeer dat je je aandacht volledig op je GSM aanwijzingen moet houden in deze wirwar van afslagen die alle kanten opgaan, maar waarvan je geen idee hebt waar precies naar toe.
Tot mijn grote verbazing gaat het zonder enige foutje helemaal goed en rijden we even later opnieuw naar de kust. We gaan richting Mitruku waar we een camping hebben gevonden. Maar poeh. Die laatste kilometers over kleine weggetjes die stijgen en dalen door dicht begroeid bos leggen wel een behoorlijke belasting op geest en uithoudingsvermogen. Het schiet absoluut niet op, maar rond 6 uur komt eindelijk het einde in zicht. Een camping aan zee, maar niet echt ingericht op passanten. Geen barretje en geen restaurant hoewel ze daar wel reclame mee maakten. De frisdrank moest uit een automaat komen die natuurlijk weer niet had wat wij wilden hebben en er dus weer iemand bij moest komen. Geen stad in de buurt om even heen te gaan en ik had me dus beter moeten voorbereiden. Maar goed. We staan, het is rustig, we worden niet wakker gehouden door lawaaiige Fransen en het uitzicht op de zee is ons door een woud van vaste caravans van een nabij gelegene camping volledig ontnomen.
Na de maaltijd wandelen we een heuvel op en zijn net te laat voor een spectaculaire zonsondergang. Wim weet er natuurlijk altijd nog iets fotografisch van te maken, dus dat zit uiteindelijk wel goed.
Niet te laat naar ons mandje en morgen vroeg weer op!

Dag 9.
Nou ja, dat vroeg weer op zit zo langzamerhand volledig in ons systeem en om 8 uur zitten we op de bikes. Dat kon ook niet echt veel sneller want het hek was dicht tot 8 uur.
En ach, dat snap ik ook wel. Als je de hele nacht in en uit mag rijden is ook geen nachtrust en daar zit ik in ieder geval niet op te wachten.
Daarna richting Mitruku en proberen daar een beetje snel doorheen te komen om zo snel mogelijk de kustweg op te zoeken. Mitruku moet zo’n beetje de sportiefste stad in Spanje zijn, want zoveel mensen die op een of andere manier aan het bewegen zijn heb ik nog nooit gezien. Je zult het er warm van krijgen. Waar ik het ook behoorlijk warm van kreeg, was van een Spaanse chauffeur die dacht even voorbij een bus heen te moeten terwijl er nogal wat verkeer de bus tegemoet kwam. Daarna moest hij met kunst en vliegwerk zijn auto aan de linkerkant van de weg plakken om zo het tegemoetkomende verkeer er langs te laten. Ik gok dat hij er nog wel even heeft gestaan. De zak!
Van Mitruku langs de Baskische kust over de Rio Deba en shit, dat was de kust! We gaan ineens het binnenland weer in. Nu waren er ook niet zomaar wegen voorhanden die je met motor eventjes doet. Veredelde fietspaden waren de enige wegen die langs de kust leidden, maar de N-634 leidde ons uiteindelijk toch weer richting kust. En ineens is daar bij het plaatsje Zumaia weer die prachtige Golf van Biskaje, hier de Cantabrische zee genoemd.
We blijven de kust volgen tot San Sebastian en komen dan op een weg met wel heel verkeer terecht die we noodgedwongen maar moeten blijven volgen tot voorbij Biarritz en Bayonne. Gatverdarrie, wat een kl…. weg is dit. En heb jij iets van het mondaine Biarritz gezien? Ikke niet. Jammer. Beter moeten voorbereiden.
Niet kunnen doorrijden omdat er een hele groep fietsers voor rijdt, die volgens de Franse wet met 1,5 meter ruimte voorbij moet worden gestoken. Whaaa. Ergernis. En als we die fietsers dan eindelijk voorbij zijn, presteer ik het om verkeerd te rijden waardoor het hele spel opnieuw begint. Het vreemde van dit stukje verhaal is dat er geen foto’s van zijn. Niet van de prachtige uitzichten dus, die we wel zeker hebben gezien. Op de motor stap je niet gemakkelijk even af als er niet een goeie plek is om te stoppen en ook Wim voelt de behoefte niet om foto’s te maken. Zegt genoeg over onze motivatie op dat moment. We zitten inmiddels weer in Frankrijk en zijn weer op weg naar huis. Zou het daar aan liggen? De eerste gelegenheid om even te ontspannen is in Saint Geours de Maremne, ja zoek maar even op en daar hebben we lekker op een bankje een bakje koffie gedaan. Piesen in de bosjes, maar het zal me een worst zijn.
Via Dax, Mont de Marsan en Saint Justin volgen we de route de Bordeaux, maar gaan daar niet naar toe. In feite rijden we daar in een hele grote bocht om heen. Zo rond half twee zoek ik dan al een poosje om een leuk plekje om te eten. Zo maar ergens langs de kant van de N-933 pleur ik de motor neer en Wim maakt mij er op attent dat we bij een bushalte staan, waar we niet mogen parkeren! Jammer dan. Ik blijf staan! Puh
Ik vindt dit stukje Frankrijk, Aquitaine heet het, niet zo geweldig interessant, maar dat hadden we in 2009 ook al geconstateerd. Recht, plat, veel verkeer. Maar ja, hoe kom je anders weer in Nederland hè.
Na deze onderbreking snitteren we met snelheden tot wel 100 km/u over de Franse wegen en rijden om twintig minuten voor vier de Camping La Pelouse in Bergerac aan de boorden van de Dordogne op. Een verveeld jong ding maakt ons duidelijk dat we maar een plekje moeten zoeken en we vinden inderdaad een plekje aan de oever. Zit wel een bomenrij tussen, maar dat mag de pret niet drukken. Het is vlak en er is schaduw. En het kost bijna niets.
Een uurtje later, als de tenten staan halen we bij hetzelfde meisje een ijsje. Wat een traktatie bij 32C. Ach. We moeten niet zeuren. We hebben tot nu toe geen regen gehad en dat is al heel wat. Alhoewel Wim al heeft geroepen dat hij liever een dag in de regen rijdt dan een uur door de hitte van de afgelopen dagen.
We wandelen wat, maar zelfs een wandeling over de brug over de Dordogne naar Bergerac, waar op de andere oever een concert wordt gegeven zien we even niet zitten.
Een beetje praten, lekker luieren en op tijd naar het mandje.
Morgen op ons gemak naar neef Wopke en zijn vrouw Rieja in Saint Palais.
Hoe anders zou het lopen.


Dag 10 zondag

Zondag? Ja zondag! Kom ik later op terug.
Het zal een dag worden met een rouwrandje, want we willen naar Oeradour sur Glane. Wim is hier vele jaren geleden ook al eens geweest en wil graag nog eens terug om zich een beter te vormen, dan dat hij uit zijn herinnering nog weet.
Dit gebeuren wordt beschouwd als een van de grootste misdaden in de tweede wereld oorlog.
In Oeradour sur Glane werd op 10 juni 1944, 4 dagen na de landing in Normandië, een hele bevolking uitgemoord en werd het dorp volledig verwoest. Waarom? Niemand zal ooit precies weten, maar er mag worden aangenomen dat het een vergelding is voor de aanslagen van de laatste dagen door het Franse verzet.
Van de resten die zijn blijven staan is een monument gemaakt. Niets is er veranderd aan dit vernietigde, ooit zo rustige, welvarende dorp.
Het is warm als we aankomen op de parkeerplaats en we begeven ons naar het hoofdgebouw van het bezoekerscomplex. Binnen is het lekker koel en een perfecte manier om de hitte te ontlopen. We worden aangesproken door een vriendelijke medewerkster die vraagt of we onze motorkleding niet willen afleggen en daar maken we natuurlijk graag gebruikt van. We worden naar een afgesloten ruimte gebracht waar we onze helmen en jassen kunnen opbergen. Wat een service.
Wim koopt nog snel twee boekjes over de geschiedenis van het dorp en na een kort bezoek aan de gedenksteen die aan de ingang staat van het huidige, opnieuw gebouwde dorp zoeken we ons een weg naar de ingang. Dat doen we natuurlijk geheel zonder GPS en we zouden dus beter op de bordjes hebben moeten letten, maar eigenwijs als wij zijn denken we het wel te weten. Maar ja, zoals vaak bij eigenwijze mensen, moeten we op onze schreden terug keren en in de heerlijke koele hal de trap naar beneden nemen die ons vervolgens onder de weg door naar het dorp leidt.
Eenmaal binnen de muren van het dorp ben je je onmiddellijk bewust van de triestheid van deze plek. Verbrande resten van wat eerst woonhuizen, garages, scholen, werkplaatsen en zelfs een kerk zijn geweest. Natuurlijk probeer je door foto’s vast te leggen wat je meemaakt, voelt, maar dat is onmogelijk. Nooit zal een plaatje het gevoel kunnen weergeven wat me hier overkomt. Welk een waanzin zich hier heeft afgespeeld. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat mensen elkaar dit kunnen aandoen. En hoe het toch mogelijk is dat we er als mensheid niets van hebben geleerd. Want gebeurt het op dit moment ook niet nog steeds? Moorden we heden ten dage ook niet hele volkeren uit in naam van het geloof of om de macht? Een trieste constatering!
In de hitte van de dag lopen mensen voetje voor voetje, van schaduwplekje naar schaduwplekje en praten zachtjes tegen elkaar, onder de indruk van wat men ziet en voelt.
Als we ten laatste de begraafplaats hebben bezocht zijn we zo murw geslagen door alle indrukken dat we besluiten dat het mooi is geweest en we onze pakken gaan halen en onze motoren maar weer opzoeken.
Tijdens die wandeling komen we de inhoud tegen van een bus Engelsen. Allemaal van een leeftijd dat ze de Tweede Wereld oorlog hebben meegemaakt en het merendeel in rolstoel of lopende achter een looprek. We vragen ons af wat deze oudjes hier op dit moment zoeken in deze hitte. Het is zeker 35 C. of meer en ik zie geen flesjes water. Onmenselijk om deze bejaarden dit te laten meemaken!
De bus staat naast het muurtje waar wij ons broodje nuttigen en de chauffeur is een grote flapuit en Wim kan zijn Engels ophalen.
Uiteindelijk komen we ook nog in gesprek met een Belg en zijn familie, maar die wil zijn familie blijkbaar levend koken, want hij zou ze zo in zijn kokend hete Mondeo laten plaatsnemen. Die arme mensen hadden hun billen al verbrand voordat ze op een stoel zaten. Misschien dat het handiger was om even eerst de airco aan te zetten? Ach ja. Belg in Frankrijk!
Maar dan wordt het toch echt tijd om weer op de motor te stappen. Ik had Wobke en Rieja beloofd zo rond half vier wel daar te zijn.
Het zou echter ietsje later worden.
Het begint direct al bij het rijden van Oeradour richting Limoges; Wat we daar allemaal verkeerd hebben gedaan weet ik niet meer maar het duurde maar liefst een half uur voordat we een weg hadden gevonden om zo om Limoges heen in plaats van er dwars door heen te rijden. Grrr.
Het zou nog erger worden. Als ik nu de opgeslagen route vergelijk met de oorspronkelijke route, dan snap ik er geen hout meer van. Zonnesteek?
Na ongeveer een uur ben ik ineens van de route afgeweken. Waarom? Op zoek naar benzine! Uiteindelijk draaide de hele zondagmiddag om het verkrijgen van brandstof. We zijn dus de D5 opgegaan. En komen aan bij een Avia pomp. Gesloten! Op de GPS de volgende gezocht. “Ik heb hem” , zegt Wim. En ik rijdt achter Wim aan. Intussen dus steeds verder van de route afwijkend, maar dat realiseren we ons niet voldoende. Een half uur later staan we opnieuw bij een Aviapomp; “fermé pour rénovation”. Dicht dus en geen enkele verwijzing naar dichtstbijzijnde pomp.
Weer zoeken op GPS. Ja. Weer een gevonden. Wim rijdt achter mij aan! Gesloten op zondag! Wat een kut-land.
Na gezamenlijk overleg vinden we een Leclerc pomp in La Souterrain. Wim voorop. Allebei onze GPS een route laten maken en Wim gaat voorop. En dat gaat al na een paar minuten mis. Volgens mijn GPS rijdt Wim de eerste afslag voorbij en raakt steeds verder van het doel af. Het duurt even voordat ik dat Wim heb duidelijk gemaakt. Het is namelijk zo dat onze Intercom de meldingen van de GPS altijd voor een Intercomgesprek stelt. En als een van onze Miepen dan aan het praten is kom je er dus niet tussen en zijn we kilometers verder voordat we elkaar weer spreken. Nu ik echter zag dat het, in mijn ogen, helemaal verkeerd ging ben ik naast hem gaan rijden om het uit te leggen. “Wij rijden steeds verder weg bij La Souterrain”, zei ik. “We hadden kilometers geleden al links af gemoeten”. Wim snapte er niets van, maar uiteindelijk zijn toch links gegaan in plaats van rechts en kwamen zo op de weg naar La Souterrain. Via de snelweg reden we steeds verder weg van waar eens de route zou hebben gelopen en van ons uiteindelijke doel, maar daar moesten we ons na de tankstop maar druk over maken.
Wat nog wel vergeet te vermelden is dat de weggetjes die inmiddels achter ons hadden gelaten er niet al te best bijlagen en dat er van enig opschieten niets terecht kwam. Ook waren de vergezichten nu niet bepaald bijzonder attractief maar dat kan aan mijn interpretatie hebben gelegen. Ik was het namelijk inmiddels na 2 uur benzine zoeken en vele kilometers uit de richting behoorlijk zat aan het worden. Het was inmiddels al half vijf en had al een uur aan de koele frisdrank willen zitten, maar dat moest nog maar even wachten!
Ik had intussen ook al met Wopke gesms’t dat het wat later zou worden, maar dat moest ik na deze zoekpartij opnieuw doen.
Gelukkig was de Leclerc wel open, al scheelde dat ook maar een haar, want een van de twee pompen was ook kapot en konden we nu op zoek naar de snelste weg naar Saint Palais. We rijden dus weer terug van waar we de snelweg op zijn gereden en vervolgen deze en al na een paar kilometer staan er meerdere benzine pompen langs de weg. Zoiets had ik wel verwacht, maar zekerheid voor alles natuurlijk. Ahum!
Na het snelheid maken op de snelweg komt er dan natuurlijk de onvermijdelijke afslag richting opnieuw de kleinere Franse wegen en gaat de snelheid weer omlaag, maar op het moment dat voor het eerst Saint Palais op een bordje verschijnt, gaat het humeur weer de goede kant op. Tegen tien voor zes rijden we dan het erf op van Wopke en Rieja.
We worden ingehaald als helden na een wild avontuur en ik moet zeggen, dat doet je dan wel erg goed. Onmiddellijk komt de frisdrank op tafel en de zoutjes en kaas en is het gelijk gezellig.
Hadden we eerst nog wat twijfel omtrent de plaats waar we onze tentjes zouden moeten opzetten; de camping of op het niet zo vlakke erf; daar maakte onze gastheer en gastvrouw al snel een einde aan toen we de perfecte grasmat zagen waar we mochten gaan staan. Toen Wopke ons ook nog het privé toilet, wat hij nog snel even in orde had gemaakt, liet zien en de plaats waar we onze motoren konden stallen en onze spullen konden neerleggen, was dat al snel duidelijk. Nadat we onze slaapplaatsen hadden neergezet en ingericht hebben we heerlijk gedoucht en konden we fris aan tafel. Onze gastvrouw had een heerlijke aardappelsalade gemaakt met eigen gebakken brood, waarna een toetjes buffet onze smaakpapillen liet tintelen. Heerlijk was het! Na de maaltijd nog een rondleiding door het pandje, waar al heel veel verbouwd was, maar waar morgen nog de leitjes op het dak moesten worden gelegd. Schitterend verbouwd boerderijtje met een lap grond erbij waar je zo een camping op zou kunnen beginnen. En uitzicht over de landerijen. Wat een weelde.
En konden we dan niet gewoon in de prima ingerichte logeerkamer? Ja hoor, dat had zo maar gemogen, maar werd niet aangeraden vanwege de extreme warmte. Het bed was zelfs opgemaakt, voor als we ons mochten bedenken!
Na de maaltijd hebben we nog tot na twaalven genoten van de gastvrijheid van deze twee vroeg pensionado’s. “Soms zit het mee, maar het heeft ook wel eens tegen gezeten”, zei Wopke om aan te geven hoe ze hier terecht waren gekomen.
De sterren aan de hemel maakten ons duidelijk dat het tijd werd om te gaan slapen en na deze lange dag lukte dat ook zonder problemen.

Dag 11
Ook nu waren we weer keurig rond zes uur uit de veren en zo tegen zeven uur was onze ontbijttafel gereed. Rieja had heerlijke broodjes gesmeerd we hebben tot acht uur heerlijk zitten ontbijten. We kregen heet water mee, onze flesjes werden gevuld en de boter was weer gekoeld. Nog een paar toetjes mee en zelfs onze benzine werd aangevuld uit de voorraad van Wopke.
Rond tien over acht vertrokken we richting Reims. En via Bourges, Gien, Courtenay en Sens genoten we van de rustige maandmorgen op het Franse land en naderden we het land van de Champagne. Via allerlei soorten binnenwegen blijven we keurig in noordoostelijke richting rijden. Plaatsjes als Nogent sur Seine doen je beseffen dat je feitelijk niet zo ver van Parijs afzit, maar ook dat je er nog verre van bent.
Onze geplande Camping in Sézanne reden we voorbij omdat we prachtig op tijd waren en dus nog wel een paar kilometer konden doorrijden. Hoe anders zou dit weer verlopen.
Bij Epernay proberen we even de hitte te ontvluchten door een plaatsje op te zoeken om wat te drinken, maar hier worden we vriendelijk verzocht te vertrekken. Dit was een een restaurant en ging pas ’s avonds open. De schoonmaakster bekeek ons met afschuw. Hoe twee van die motorrijders, dik onder de muggenlijken, het in hun hoofd haalden om hier te proberen binnen te treden.
Dus maar onze toevlucht genomen tot onze eigen drankvoorraad en daarna maar weer op weg.
Zo tegen half vijf ronden we Reims en bezoeken maar niet de beroemde kathedraal, vanwege eerdere slechte ervaring met een kathedraal en komen op de N44. De geplande snelweg voor de thuisreis.
Echter na een paar kilometer werd onze tocht naar noorden en zoekende naar een camping wreed verstoord door een file.
Dat gaf wel even de tijd om naar een dichtbij gelegen camping te zoeken en terwijl de GPS nog aan het rekenen is over de route daar naar toe leek het mij op eigen inzicht handig om maar vast de eerste afslag te nemen. Maar laat de GPS daar nu anders over denken en dezelfde oprit weer op te sturen. Jammer! Verkeerde instelling gebruikt. We moeten dus doorrijden tot het einde van de file en moeten dan uiteindelijk linksaf en blijkt dat we nog bijna 30 km. Moeten rijden. Op dat moment vond ik dat erg vervelend, maar moest ik de volgende dag op terugkomen, want zo erg was het uiteindelijk toch niet.
We komen zo rond twintig over vijf op Camping au Bord de L’ Aisne aan in Guignicourt.
De op een na duurste camping van de trip. Wel € 25,50 en geen schaduw te bekennen. Maar ook dat hebben we overleefd en hebben om zeven uur een heerlijke grote pizza gegeten in het camping restaurant. Groot, dat was ie zeker; wel 40 cm doorsnede. Hij hing compleet over de rand. Jammer dat hij wat verbrand was op de bodem.
Ach. Honger maakt rauwe bonen zoet. Bij de tent de toetjes opgegeten die we die morgen hadden meegekregen en onze buikjes zaten weer vol.
Daarna nog even gewandeld en geconstateerd dat ook in dit dorp weer veel doden zijn gevallen tijdens de tweede wereld oorlog. Dat stond in ieder geval bij de kerk, waar we dus maar weer niet naar binnen zijn gegaan.
Na een appje van Rudi waarin hij waarschuwde om morgen niet in de Tour de France verstrikt te raken, hebben we eindeloos gedebatteerd over de te volgen route. Ik was van mening dat het mij het meest logisch leek de route te nemen die ons via Luik naar Nederland zou brengen, terwijl de GPS van Wim zijn eigen eigenwijze route had bedacht die iets korter was en via Brussel en Antwerpen liep.
We besluiten de route van Wim te volgen en ik was benieuwd hoe dat zou lopen.

Dag 12.
We zijn blijkbaar goed getraind, want al om iets over half acht rijden we de poort uit en tanken nog even in het dorp bij de plaatselijke Leclerc.
Daarna volg ik Wim en rijden we een heel stuk van de weg weer terug die gisteren hebben afgelegd, maar nu zonder de gehaastheid en vind ik de omgeving zelfs wel aardig. Ik heb natuurlijk ook de route in mijn GPS gezet en na een paar kilometer na de eerste afslag zit ik er al weer naast. Ik besluit er maar niets van te zeggen en kachel wel achter Wim aan. Zo lang we in noordwestelijke richting blijven rijden zal het wel goed komen. Intussen blijft mijn GPS herberekenen, nou ja, ik dus en constateer dat het moment van aankomst ineens veel eerder ligt dan dat mijn eerste berekening had aangegeven. Ik berust er maar in en geniet van de mooie wegen en de omgeving en zo zitten we zomaar in Charlerois. Wat een doodse, bedompte, kansloze stad. Van de ene opgraving naar de andere weg opbreking en mijn temperatuur begint al weer aardig op te lopen. België. Het land van de slechte wegen. Was mijn ervaring en is dat ook nu gebleven. In ieder geval rijden we vanaf Charleroi over snelwegen en missen zo de kruising met de route van de Tour en komen heel netjes door Brussel en Antwerpen. Bij Hazeldonk komen we dan Nederland binnen en besluiten we ons broodje te eten, maar dat wordt ons bijna niet gegund door de plotselinge regen die ineens op ons neerdaalt. Ik besluit de regenvoering maar weer in het pak te ritsen. We zijn immers weer in Nederland! Uiteindelijk komt er niets van die regen en voltooien we onze weg zonder incidenten. Vlak voor Apeldoorn nemen we nog wat te drinken en nemen we afscheid van elkaar.

Wat een avontuur, met een vriend waarop je altijd kunt bouwen. Wim, bedankt dat ik weer met je heb mogen en kunnen rijden.

Met dank aan Jannie en Tineke. Zonder hun hulp en toewijding was deze trip niet mogelijk geweest.
5193 km. ; 269 ltr. Benzine voor € 387; Gemiddeld 1:19,28

Jack Berendsen
_________________
't is niet altijd chroom wat er blinkt


<a> <img> </a>
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
asjemenou
Site Admin
Site Admin


Geregistreerd op: 31 Mei 2006
Berichten: 616
Woonplaats: Apeldoorn

BerichtGeplaatst: Ma Jul 27, 2015 21:26    Onderwerp: Reageren met citaat

Mooi verhaal Jack. Leuk om te lezen. Begin nu ook wel heel nieuwsgierig te worden naar wat foto's. Dus Wim, kies een paar mooie uit en zet ze op het forum zou ik zeggen!
_________________
Bescheidenheid is één van mijn vele voortreffelijke eigenschappen!
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
makaki
donateur
donateur


Geregistreerd op: 02 Jun 2006
Berichten: 465
Woonplaats: Apeldoorn

BerichtGeplaatst: Wo Aug 26, 2015 10:17    Onderwerp: Jack en Wim naar Los Picos Reageren met citaat

Hier alvast een Filmpje van de beklimming van de Mont Ventoux
https://youtu.be/r8GoDNkUHCI
_________________
Rij niet sneller dan je engelbewaarder.
Je engelbewaarder neemt het stuur niet over, wanneer je rijdt als een duivel.
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen
Berichten van afgelopen:   
Nieuw onderwerp plaatsen   Reageren Pagina 1 van 1 [3 Posts] Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp
 Forumindex » Vakantie, recreatie & toeren » Reisverslagen
Ga naar:  

Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit subforum
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Je mag je berichten niet bewerken in dit subforum
Je mag je berichten niet verwijderen in dit subforum
Je mag niet stemmen in polls in dit subforum
You cannot post calendar events in this forum


Powered by phpBB © 2001, 2005 phpBB Group
Vertaling door Lennart Goosens.
[ Time: 0.1498s ][ Queries: 12 (0.0065s) ][ GZIP on - Debug on ]